Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Protetntsche richting.

De neutrale richting.

De niet-aangeslotenen.

Onder pressie der geestelijkheid opgericht en gepropageerd was dj eene eenigszins kunstmatige schepping, innerlijk zwak in den ïconomischen strijd door hare principes zelf.

De versnippering moest echter nog toenemen. Naast „Patrimonium", dat Calvinistisch is, werd in 1890 een tweede christelijke bond gesticht, de „Christelijk Nationale Werkmansbond", die ieder politiek of sociaal streven afwijst en hoofdzakelijk de kracht der arbeiders door vorming van kassen tracht te doen toenemen. Daardoor werd weer eene verzwakking van „Patrimonium" bereikt. Het antagonisme der NederduitschHervormde en der Gereformeerde kerk verscherpt deze scheiding. De bond bestaat namelijk uit leden der NederduitschHervormde kerk1).

Ten slotte toonde zich naast Patrimonium en de „Christelijk Nationale Werkmansbond" ook een „Ned. Luthersch Werkliedenverbond", uiterst klein van omvang en kracht.

Tegenover deze richtingen van sterk religieuze of politieke kleur ontstond eene tegenbeweging. Zij kwam niet zoozeer voort uit de werkmanskringen als wel uit den handels- en bureaustand. In 1912 werd overgegaan tot de stichting van een in waarheid neutraal vakverbond, geheel vrij van iedere politieke of godsdienstige kleur, het „Nederlandsch Vakverbond van Neutrale Vakvereenigingen". Hoewel groeiende bleef het ledental betrekkelijk klein').

De versnippering was echter in werkelijkheid nog oneindig veel ernstiger. Er bestond namelijk een buiten alle verhouding groot aantal „onafhankelijke" vakvereenigingen, die een meer of minder krachteloos bestaan leidden. Langen tijd vormden zij de meerderheid. Daar zij noch bij een werkliedenverbond, noch bij een vakverbond waren aangesloten, werkten zij in hare veelheid en verspreidheid de chaotische versnippering, en daardoor hare eigen machteloosheid in de hand.

Langen tijd was deze versnippering binnen de geschetste richtingen heilloos. Tallooze organisaties en organisatietjes, in de meest verschillende vormen van afscheiding en samenwerking, een onoverzienbaar aantal besturen, vergaderingen, verslagen, secretariaten, en eene daaruit voortvloeiende hope-

1) 14.325 leden in 1917. a) 5-635 leden in 1917.

Sluiten