Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

looze zwakte*). Financieelen weerstand bezaten slechts enkelen.

Binnen de geheele arbeidersbeweging, zich splitsende naar godsdienstige of politieke overtuiging, specialiseerden zich in de laatste twintig jaren in toenemende mate de vakbonden. De toestand in het bijzondere beroep of vak werd hoofdzaak. Ieder vak moest door eigen krachtsontwikkeling zijne positie verbeteren.

De vakbeweging bewerkte de loonsverhooging, de kern van het geheele vraagstuk, zij zou ook de grootste overwinningen behalen.

De vakbonden overvleugelden in ledental weldra alle andere organisaties *).

Deze richting heeft de redding gebracht. De beweging begint zich los te wikkelen uit die veelheid van opzet. In sterk versneld tempo komen de samensmeltingen tot stand, zij het dan ook nog gepaard met eene verdeeldheid, welke nog steeds veel te groot blijft voor de arrjeidersbevolking van een klein land.

De centrale organisaties van vakbonden, welke de aangesloten vakbonden en vakvereenigingen uit het geheele land om zich heen groepeeren, hadden zich dus tot de volgende permanente organen ontwikkeld:

1. Het Nationaal Arbeidssecretariaat.

2. Het Ned. Verbond van Vakvereenigingen.

3. Het Christelijk Nationaal Vakverbond.

4. Het Bureau voor de R. Kath. Vakorganisatie.

5. Het Ned. Verbond van neutrale Vakvereenigingen. Deze vijf centrale Bonden telden onder de bij hen aangesloten

vakvereenigingen in 1910 nog niet de helft van alle in Nederland georganiseerde werklieden. Zeven jaar later echter was dit getal op bijna driekwart gebracht. Het laat zich voorzien, dat binnen afzienbaren tijd de geheele vakbeweging uit het locale stadium in het gecentraliseerde zal zijn overgetreden.

Eene toenemende aaneensluiting in de Nederlandsche vakbeweging is dus bezig zich te ontwikkelen, want ook de, over tal van steden en dorpen verspreide, vakvereenigingen sluiten zich onderling aaneen tot vakbonden met het gunstig resultaat, dat ruim negentiende der georganiseerden nu in den grooteren en sterkeren vorm van een bond zijn samengevat.

*) De Nederlandsche Vakbeweging en haar Toekomst door J- van den Tempel, 1910. Voorrede van H. Polak. 2 'De Prot. Chrtst., de R. Kath. organisatie en het Alg. Ned. Werkliedenverbond.

Sluiten