Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De werkloosheidsverzekering.

de eens flinke werkman den voor hem zoo moeilijken stap, om onderstand te verzoeken. Dit zou door een sterkere ondersteuningskas te keeren zijn.

Juist de kassen worden als het goede middel beschouwd om de arbeiders in de vakvereenigingen belang te doen stellen en ze daardoor steeds samen te houden. Dat ze op verzekeringsgebied technisch eenigermate bruikbaar ingericht zijn, mag betwijfeld worden; de groote versnippering heft reeds de eerste voorwaarde van eene goede verzekering op, nl. de overdracht van het risico op een grooteren kring.

. Zelfs de zoo goed georganiseerde Trade-Unions gaven tot de gevolgtrekking aanleiding *), „dat het volkomen gebrek aan wettelijke en geldelijke zekerheid (dat in het Nederlandsch vakvereenigingsleven ook bestaat) de verzekeringstechnici belet aan de vakvereenigingsverzekering ernstige aandacht te wijden". „Het gevolg daarvan is", zoo heet het, „dat het bijdrage- en ondersteuningstarief der vakvereenigingen geen basis heeft, die op verzekeringstechniek berust of in het gunstigste geval slechts op empirische pogingen van haar leden. Nauwelijks een enkele poging is tot nu toe gedaan om de noodzakelijke feiten voor een nauwkeurige berekening samen te brengen; zelfs elementaire feiten als de gemiddelde ouderdom van de leden of de speciale sterfte- of ziektecijfers der beroepen zijn dikwijls onbekend". Dit geldt eveneens voor het grootste deel van de Nederlandsche vakvereenigingen *).

Alleen in ééne richting bereiken de vakvereenigingen met hare uitkeeringen nochtans zeer belangrijke resultaten, namelijk bij de vierde groep van uitkeeringen, bij de bestrijding der objectieve werkloosheid.

De oorzaken der werkloosheid, die deels van persoonlijken aard zijn, deels op allerlei verhoudingen in het productieproces of, in het bijzonder in een havenstad, die tegelijkertijd stapelplaats voor een uitgebreiden warenhandel is, in het distributieproces gelegen zijn, zijn zoo velerlei, dat zij in iederen af-

*) S. en B. Webb, Industrial Democracy, Part II, p. 155.

2) Zelfs het „neutrale" verbond van vakvereenigingen maakt bij een kleine statistiek, die pas in 1907 begint, op de noodzakelijke onnauwkeurigheid van zijn feiten opmerkzaam, „omdat tot nu toe op statistisch gebied zelfs niet het allergeringste gepraesteerd werd". J. v. d. Tempel, De Nederlandsche Vakbeweging etc.

Sluiten