Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonderlijken tak van ieder afzonderlijk bedrijf andere resultaten opleveren1). De ongelijke verhouding van behoefte en dekking, de seizoenarbeid *), de verandering der productie door menigvuldige verschuivingen en wijzigingen in de techniek *), de intensievere arbeid en het fabriekswerk bespoedigden het arbeidsproces, waarbij een sterk samentrekken van arbeidskrachten en een plotseling oplossen van deze geconcentreerde groepen plaats vindt *). Daarbij komen nog factoren, die tot de verst afgelegen streken der wereld terug te brengen zijn en hier hun invloed uitoefenen. Dit alles werkt op de arbeidsmarkt in en brengt de onverdiende werkloosheid teweeg. Aan deze werkloosheid, die naast de subjectieve werkloosheid staat, doch qualitatief een geheel andere plaats inneemt, is het probleem der armenzorg ten nauwste verbonden5).

De oeconomische ontwikkeling heeft echter een voortschrijdende verandering in de theoretische verbinding der objectieve werkloosheid met de armenzorg aangebracht.

De grens van de massa der inderdaad werkloozen, d. w. z. van die werkwilligen en tot arbeid geschikten voor wie eene bij hun bekwaamheid passende aanwending hunner werkkracht door de oeconomische omstandigheden onbereikbaar is, tegenover diegenen, die om subjectieve redenen niet onder de tot arbeid ongeschikten en ook niet tot de normaal-werkzamen in loonverband gerekend kunnen worden, is in de practijk moeilijk te trekken. Er zweeft steeds een groot deel der half-geschikten heen en weer tüsschen geschiktheid en ongeschiktheid om zijn brood te verdienen. Is de conjectuur gunstig, worden vele handen gebruikt, dan schaart de slecht geschoolde kracht zich bij de tot arbeid ge-

*) Men vergelijke hierover o.a. de tabellen in het Maandschrift v. h. C. B. v. d. Stat.

*) Bij de stedelijke enquête over werkloosheid in 1895 in Duitschland gehouden, behoorden van 374.636 werkloozen, die in den winter geteld werden, in den zomer niet minder dan 342.313 tot beroepen, die van het weer afhankelijk zijn. Neue Beitrage zur Frage der Arbeitslosenversicherung. Dr. G. Schanz 1897, p. 175.

3) Voor de timmerlieden heeft het machinaal maken van deuren, vensters, trappen, portieken, een geheele verandering veroorzaakt. Dit werk is hun ontnomen en thans kan een groot aantal geoefenden door ongeoefenden vervangen worden, die de handgrepen aan de machines gemakkelijk kunnen uitvoeren.

4) Bv. in het bouwbedrijf. De arbeiders worden voor iederen bouw speciaal aangeworven, daarna moeten zij opnieuw werk zoeken.

5) Herhaaldelijk maken de rapporten van de Burgerlijke Armbesturen melding van den invloed der oeconomische depressie op het aantal der steunbehoevenden (o.a. Bericht B. A. te Amsterdam 1907— e.v.).

Sluiten