Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De groei der bonden.

weer terugnemen van ontslagenen het grootste aantal aan1).

Voornamelijk de eersten vormen het grootste percentage.

De arbeidersorganisaties bevinden zich dus nog geheel in het stadium der loonstakingen. De vroegere geschillen over de arbeidsregeling komen nu weer bij het arbeidscontract tevoorschijn. Het percentage der geschillen bleef in die jaren ongeveer gelijk.

Verreweg het grootste aantal stakingen komt voor in het bouwbedrijf >), dan in het. voedings- en genotmiddelenbeeirijf») en het verkeerswezen *).

In deze geschillen staan werkliedenvereenigingen en vakvereenigingen naast elkaar.

Meet men de kracht der overtuiging en van de methoden naar het bereikte doel af, dan ziet men het volgende:

Samengenomen waren vereenigd in:

1913: confessioneele bonden 22.85 %, overige 77.15 %.

1917: confessioneele bonden 27.47 %> overige 72.53%.

Onder de confessioneelen steeg vooral het aantal Roomsch Katholieke bonden en zijn leden.

Ze worden echter ver overtroffen door het sociaal-democratische Ned. Verbond van Vakvereenigingen, wiens absolute zoowel als relatieve groei binnen de laatste tien jaren hoogst belangrijk is.

') De cijfers waren:

1913 1916

" ~ i i

Loonsverhooging 3814% 1-55-45% 40.61% 1

Tegen loonsverlaging 5.43 % i van de 3.75 % • 56.99 %

Andere looneischen 11.88% I stakingen 12.63% '

Betreffende het arbeidscontract en

andere geschillen 4-34 % 5- 80 %

Over den arbeidsduur 9.78 % 8.53 %

Over erkenning van de organisaties 3.28 % 2.05 % Uitsluitend georganiseerden in dienst

hebben 1.01 % 1.02 %

Over weder indienstneming van

ontslagenen 8.71 % 6.66 %

Over de regeling van het werk 1.01 % 3.58 %

Onbekend 16.42 % 4.78 %

Andere eischen — 10.58 %

) lu I9or—1905: met een gemiddelde van 33.4 %, in 1906—1910: 39.4 %, 1917: 20 %.

3) Met resp. 29.8 en 20.6 %; 1917: 12.3 %.

4) Met resp. 11.4 en 12.4 %; 1917: 16 %.

Sluiten