Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. Verbetering van den levensstandaard is de overwegende reden tot emigreeren, niet de werkloosheid. De provinciën nemen een zeer ongelijkmatig aandeel aan deze landverhuizing, evenals de jaren ook zeer groote verschillen aantoonen*).

Daar Duitschland reeds jaren lang niet alleen gebrek aan land-, arbeiders heeft, maar ook de industriestreken in sterke mate buitenlandsche arbeidskrachten noodig hebben, trekken uit de oostelijke provinciën scharen arbeiders over de grenzen, in de laatste jaren namen ook de westelijke provinciën een grooter aandeel aan deze landverhuizing. De emigratie is meestal periodiek, zoo bv. in Friesland, Groningen en Drenthe, waar in de stille tijden de arbeiders wegtrekken om hunne familie te kunnen ondersteunen, tot de gelegenheid tot werken in de eigen provincie weer grooter wordt *). De omstandigheid, dat over de grenzen de steenfabrieken en bergwerken juist in de tijden, waarop het werk in het eigen land geringer begint te worden, gelegenheid tot werken geven, schept deze afwisselende reeks van verblijfplaatsen, waardoor echter eene aaneengeschakelde werkperiode verkregen wordt.

Het aandeel der Amsterdamsche werklieden aan de emigratie is in het eerste begin. Indien men daarnaast alleen reeds de cijfers der „Deutsche Feldarbeiter-zentrale" zet, welke van October 1912—30 September 1913 het aantal van 65.613 van dat jaar van alle beroepen gelegitimeerde Nederlanders en Belgen aanwijzen *) op een totaal aantal van 729.575 gelegitimeerden, dan legt het kleine cijfer der landverhuizers uit Amsterdam geen gewicht in de schaal4). Hoewel het juiste aantal voor het geheele land niet bekend is, neemt Nederland eveneens voor een gering per-

1) Maandschrift van het C B. v. d. Stat., 31 Jan. 1911, p. 69.

2) Maandschrift 30 Mei 1908, 27 Febr. 1909. Het onderzoek over de grondwerkers (polderjongens bv. ) wees aan, dat een aantal van 3.500 arbeiders regelmatig in Duitschland werkte, terwijl hun gezin thuis bleef (meest uit Zeeland, Zuid-Holland, Gelderland en Noord-Brabant). Verslag van de eerste sub-commissie van de Staatscommissie over de Werkloosheid, pag. 63 v.v.

*j Een gesplitste statistiek is niet voorhanden.

4) Bericht über die Tatigkeit im Geschaftsjahr 1912—1913 der Feldarbeiterszentralstelle.

Arbeidsbemiddeling van emigranten uit Landbouw | Industrie

Holland | 0.7 % 1.7 %

Rusland 56.7 % 19.1 %

Oostenrijk-Hongarije | 42.0 % | 51.3 %

Sluiten