Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan zijn er nog bedrijfsoorzaken: de vervanging van den kleinhandelaar door de groote winkels. De detailhandel in kolen wordt door het gasverbnük overbodig gemaakt, de koetsier en zadelmaker door de automobielen, het schoorsteenvegen door de centrale verwarming, enz. Alles wat de stad uit haar regelmatig, georganiseerd arbeidsbedrijf werpt, verzamelt zich daar, waar nog steeds de hoop bestaat, op de een of andere manier iets te verdienen en waar alleen de lichaamskracht het eenige middel van bestaan is. Niet alleen de stad levert aan de haven het arbeiderscontingent, ook de provincie doet dit, en, in geringere mate, het geheele rijk >). Het havenbedrijf geldt in de stad voor vuilnisbak en wordt ook in het algemeen als zoodanig beschouwd.

Het aantal havenarbeiders te Amsterdam was in 1911—1912 ongeveer aldus te schatten •): (de beroepstelling van 1899 deelde ze bij de „ongeschoolden" in tot een totaal van 6.222 personen):

Bootwerkers (waaronder weinig „vaste" werklieden) ca 3.000

Dok- en veemarbeiders (idem) >u 400

Graanwerkers (nooit vast) r j,-0

Vlotters 3

Totaal cal^25

Vaste werklieden ca 1.500

5125

Circa 4^5 duizend menschen leven allen geheel van het werk in het zoogenaamde „losse bedrijf" in de haven.

Eene schifting van deze elementen bestond in normale tijden voor circa twee-duizend arbeiders, de zoogenaamde „éérste categorie", welke een werkboekje bezaten, uitgereikt door de groote maatschappijen, welke bij de Vereeniging van Werkgevers aangesloten zijn. Deze arbeiders hebben bij aankomst der schepen de voorkeur'). Ze hebben een vasten stuwadoor, wat de werklieden der tweede categorie missen«).

») Verslag 91a. Van de 179a getelde arbeiders waren 1*43 in de plaats zelf geboren, van de ovenge 549 of 30.7 % was het grootste deel uit Noord-Holland (809) en Friesland (130), de overigen waren uit de negen andere provinciën afkomstig.

) Door vriendelijke bemiddeling van den voorzitter van „Recht en Plicht". De oorlog heeft den normalen toestand dermate gewijzigd, dat latere vergelijkingen niet te maken zijn.

3) Het Verslag over het Haventoezicht uitgeoefend in 1913, p. 80, meldt, dat het bekend is, dat de werkgevers zich niet strikt aan deze bepaling houden.

) Bij eene maatschappij, die deze manier niet meer toegepast heeft, is de qualiteft der arbeiders dientengevolge belangrijk gedaald. Een voorrang bij de werving beant-

Sluiten