Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een week arbeid brengt dikwijls het loon voor een maand opx); op eene zeer zware arbeidspraestatie volgt eene wekenlange vacantie, eene vacantie, die voor sommigen een welkome rust is, voor de anderen een volslagen stilstand van het inkomen beteekent.

De loonen in het liAvenbedrijf, in het zoogenaamde „wilde bedrijf", zijn ongeveer op de gedwongen werkloosheid berekend. Voor het uurloon geldt dit niet. Dan treedt na afloop van den arbeidstijd een onmiddellijke toestand van hulpbehoevendheid in. De vlotters zijn dikwijls 8—9 weken zonder verdienste en de loonen zijn slechts half op deze onvrijwillige vacantie berekend. Van een aantal van 1.158 daarover ondervraagde arbeiders werkten 71.9 % minder dan 3 dagen per week, slechts 38.1 % meer dan 3 dagen. Velen zijn daarom gedwongen het loon van het havenbeclrijf door neven-inkomsten aan te vullen. Vrouwen- en kinderarbeid moet meehelpen en het blijkt eveneens, dat de armbesturen menigmaal verplicht zijn ondersteuning te verleenen *). Hoeveel echter eigenlijk verdiend wordt, is niet te berekenen, eene controle is niet uit te oefenen; het is zelfs ieder arbeider afzonderlijk dikwijls niet mogelijk zijn eigen verdiend loon te berekenen of te controleeren. De klachten over ingekorte loonen zijn veelvuldig').

Een geoefend havenarbeider weet dikwijls nog wel hier en daar los werk te krijgen; veel hangt echter geheel van het geluk en het toeval af.

De invloed van dergelijke arbeidsverhoudingen op reeds zulke ruwe, dikwijls hopeloos gedemoraliseerde mannen is duidelijk merkbaar. Tot geregeld werk zijn ze na korten tijd in 't geheel niet meer in staat. De onbegrensde behoefte om de vrijheid te genieten doet zich gelden. Het rondloopen in weer en wind, het werkloos samenstaan, de vermenging met de ruwste elementen oefent een vernietigenden invloed uit. Er wordt gedronken en

*) Een berekening wees voor Rotterdam uit, dat naar schatting bij een geregelden bedrijfsvorm 5.300 arbeiders het werk konden doen tegen een weekgeld van f 25. Er werken echter 9.000 arbeiders alleen in het havenbedrijf en deelen het totaal loon, dat dan tot een gemiddeld weekloon van f 14.73 daalt — daarbij zijn nog de a a 3.000 losse werklieden niet meegerekend, die ook aan de haven iets trachten te verdienen.

*) Van 714 arbeiders, die een bijbaantje uitoefenen, waren bv. eens 60 % op los werk in de stad aangewezen. De overigen waren verdeeld over den kleinhandel (13.8 %), de bouwbedrijven (n %), de zeescheepvaart (7 %), de binnenscheepvaart (4 %) en diverse beroepen (4.4 %). Verslag over het Haventoezicht 1912, p. 66.

*) Verslag over het Haventoezicht 1910—1911.

De invloed van de ar-

beidsverhot ding.

Sluiten