Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan met hare drie-jarige opzendingen echter eene vereenvoudiging teweegbrengen. De last, welke men van de behandelde groep ondervindt bij politie, justitie, vereenigingen en instellingen van armenzorg, zal zonder twijfel verlicht worden. Het vraagstuk is echter te omvangrijk en te diep om door de bestaande paragraphen in het Wetboek van Strafrecht beheerscht te worden.

Er is ook onder deze menschen een groep, welke het moeilijkst in het leven haar weg kan vinden, dit zijn de willoozen. Er bestaan een groot aantal van deze personen, die asylen, werkinrichtingen en verbeterhuizen vullen en toch niet slecht, maar alleen zwak zijn. Voor deze is nergens een rustplaats te vinden; zoodra ze aan zichzelf overgelaten zijn, weten ze hun arbeidskracht niet te gebruiken, kan geen plichtsgevoel ze staande houden. In een werkinrichting kunnen ze nog waardevolle arbeiders zijn, maar in de jachtende, stootende en dringende menschenmassa zijn ze niets waard. Dat deze elementen alle drie jaren weer uit de Rijkswerkinrichtingen gestooten worden is het treurige resultaat van een onvolkomen systeem — ook voor deze elementen moest eene organisatie gesticht worden, welke hun arbeidskracht wist te gebruiken. De reclasseeringsvereenigingen bieden voor de ontslagen gevangenen of voor de drankzuchtigen door een speciale arbeidsbemiddeling en het patronaatswezen aan de ontslagenen de mogelijkheid om zich weer een plaats in het gemeenschapsleven te verwerven en deze te behouden. Wie neemt de. willoozen en zwakken echter op — wie wenscht hun arbeid, hunne tegenwoordigheid? *)

De beteekenis, die deze steeds weer in het maatschappelijk leven teruggestootenen, tot arbeid ongeschikten, voor de armenzorg hebben, is duidelijk.

In iedere stad nemen ze de weldadigheidsinrichtingen, welke met groote opoffering van kosten en moeite in stand gehouden worden, voor zich in beslag.

Eene telling, die in den loop van één jaar in de tehuizen van het Leger des Heils gehouden is, toonde aan, dat van de aanwezigen resp. 35, 40 en 25 % in de gevangenis of in de Rijkswerk-

») Eveneens moest voor de invaliden beneden de 70 jaar, die in geen kerkelijke of particuliere inrichting opgenomen worden, een tehuis gesticht worden, waar ze bun ouden dag slijten kunnen, niet te midden van zoovele jongere elementen, waarop ze slechts een demoraliseerenden invloed kunnen uitoefenen.

Sluiten