Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De moderne intensieve landbouw, vooral de tuinbouw, die eene groote vlucht genomen heeft, eischt hoe langer hoe meer bedrijfskapitaal, de sterk verhoogde grondprijzen maken het voor den boer ongewenscht, zijn kleine kapitaal in grondbezit vast te leggen, waar hij het meer winstgevend in het bedrijf kan gebruiken. Dit leidt tot eene verschuiving van de eigendomsverhoudingen. Het pachtwezen breidt zich aanmerkelijk uit. In het jaar 1888 werden nog 85.5 % der bedrijven door de eigenaars beheerd, in 1910 nog slechts 50.8 %. Slechts het zeer kleine aantal bedrijven boven 100 H.A. wees een hooger cijfer van eigen beheer aan.

Deze verschijnselen zijn van grooten invloed op het vraagstuk van den trek. De grenzenlooze grondversnippering brengt met zich mede, dat, waar de vader heereboer was, de zoon klein-boer wordt en de kleinzoon pachter of keuterboertje. Het groote aantal keuterboertjes, dat jaarlijks het totaal aantal komt verhoogen, wordt voor het grootste deel gerecruteerd uit de eigenboeren, terwijl er weer streken zijn, waar door ontginning van heidegronden, juist de landarbeiders eenige welgesteldheid weten te veroveren, waardoor de aankoop van een eigen stukje land mogelijk wordt.

Bij de minste mislukking worden de éérsten daglooners. Daarmede begint het losmaken van den geboortegrond.

Daarbij komt, dat de bevolkingsdichtheid in Nederland buitengewoon groot is. Er waren 156 inwoners per K.M.* in 1900; 175 in 1910; in de provinciën Noord- en Zuid-Holland zelfs 380 en 349 per K.M.» Sedert Ï830 verdubbelde het aantal ongeveer. Tot 1860 was de vermeerdering op het platteland iets grooter dan in de grootere steden, sinds 1860 is echter de opvallende vermeerdering in de steden boven die bij de landbevolking begonnen en blijft sinds dien een constant verschijnsel, dat hoofdzakelijk aan de emigratie naar de steden te danken is *).

Niettegenstaande het voortdurend afstroomen van de plattelandsbevolking naar de steden, is van eene ontvolking van het platteland in Nederland geen sprake.

Toch wordt in alle provinciën de klacht geuit, dat vaste arbei-

') Bijdragen tot de statistiek van Nederland, No. «07 (1914) Statistiek van den loop der bevolking in Nederland over 1913.

Sluiten