Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wen voor het kiescollege, voor notabelen en kerkvoogden aan (Assen, Hoorn, etc). Elke 4 jaar heeft de verkiezing van deze ambtsdienaren opnieuw plaats. De Gemeente kan dus haar wil handhaven en, zij het ook door de getrapte verkiezing, invloed uitoefenen op de samenstelling van den kring harer vertegenwoordigers .

In Amsterdam is in 1871 de vereenigingsvorm ingevoerd. Deze heeft na vele geschillen den sedert 300 jaren bestaanden stichtingsvorm verdrongen1). Het typische kenmerk van de Calvinistische kerkelijke wetgeving is eerst toen tot uiting gekomen.

Hoewel de wil der Gemeente zich volgens deze wetgeving voortdurend uiten kan, is het college van ouderlingen en diakenen een bijna autonoom lichaam gebleven.. Door zijne uitgebreidheid geraakt een oningewijde daarin moeilijk thuis. Het heeft zijn machtspositie behouden, niettegenstaande de wijziging in de verkiezing, — de Kerkeraad heeft geen feitelijken invloed — daartegenover staat echter de volmaakt onafhankelijke diaconie.

Alle regentencolleges, welke uit den kring der ouderlingen en diakenen q.q. zijn samengesteld, bezitten het recht^zichzelf aan te vullen. Wordt de kring dezer twee categorieën van ambtsdienaren niet ge^fjijzigd, dan blijven ook de besturen van het weeshuis, de oude-mannen- en vrouwenhuizen en de hofjes, ook de commissie die over de bedeeling en de opname in de gestichten te beslissen heeft, uit dezelfde elementen bestaan.

Dit orgaan van de kerkelijke gemeente ontvangt eene algemeene opdracht, welke het naar eigen goedvinden in afzonderlijke opdrachten onderverdeelt. De gemeente laat zich met een specialiseering van haar wil niet in.

Eigenaardig is de toevoeging van het leekenelement. Verschillende commissies hebben het recht zich aan te vullen met gemeenteleden, die wel in de speciale commissie, waarvan zij deel uitmaken, een beslissende stem hebben, maar niet in de vergaderingen van diakenen. Deze laatsten worden dus in geen enkel

) In de practijk zijn echter eigenaardige moeilijkheden aan te wijzen. De ouderlingen en diakenen, tezamen 72 personen, zijn dadelijk herkiesbaar. Een vroegere bepaling, welke hen na vierjarigen dienst tot nederlegging van hun ambt voor 1 jaar verplichtte, heeft men moeten intrekken, omdat de hervatting van den nedergelegden arbeid hun daarna niet meer aanstond. Een voortdurend gebrek aan candidaten voor dezen arbeid brengt mede, dat de ambtsdienaren zeer lang in functie blijven en de keuze zich voortdurend tot dezelfde personen beperkt

Sluiten