Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sprongen; 1811—1819 bedroeg de sterfte nog 39.42 per duizend der bevolking, 1860—1869 reeds 26.13, I900 I6-59 en I916 niet meer dan 11.88

In alle landen wijzen de sterftecijfers evenals die der geboorten een teruggang aan, terwijl het geboorte-overschot eene afwisselende cijferbeweging toont*). Amsterdam bezit buitendien het gunstigste sterftecijfer van 22 der grootste steden van Europa*).

De gemiddelde levensduur is langer geworden, ofschoon deze voor de mannen steeds iets ongunstiger blijft dan voor de vrouwen.

De mogelijkheid, dat de kostwinner van de familie behouden blijft, wordt dus steeds gunstiger en moet een zeer belangrijken invloed op het aantal weezen uitoefenen.

Om deze redenen treedt langzamerhand voor de weeshuizen een gunstiger toestand in.

Daarentegen is het uitgebreide voogdijschap over de verwaar-

*) Stat. jaarboek 1913, pag. 79 (Amsterdam) sterfte per duizend der bevolking:

1811—1819 39-42

1820—1829 37-28

1830—1839 36.22'

1840—1849 37.09

1850—1859 I 31.19

1860—1869 ' 36-13

1870—1879 25-79

1880—1889 24.27

1890—1899 18.25

1900—1909 14-34

1910 12.17

1913 11. ri

1916 11.88

2) Op 1000 inwoners:

Geboorte Sterfte | Geboorte-overschot

Amsterdam Hamburg

Berlijn München Dresden

Amsterdam Hamburg Berlijn München Dresden

Amsterdam Hamburg Berlijn München Dresden

1884 36.3 38.4 39.9 39.6I 35.1 27.0 25.2 29.7 34.7 25.1 9.3 13.2 10.2 4.9 10.o

1885 37.5 34.9 35.0 34.1 33-o| 23.9 25.9 24.4 29.1 23.9 13.6 9.0 10.6 5.0 9.1 1890 34.1 36.0 31.9 33.7 20.8 22.2 22.0 21.5 27.0 21.6 11.9 14.0 10.4 8.2 9.2 1895 31.4 34.0 28.4 34.8 31.H 1.47 19.0 20.2 25.8 19.8 14.0 15.0 8.2 9.0 12.0 1900 29.0 29.0 26.7 35.9 33.3' 17.6 17.5' 19.0 25.1 18.8 12.3 il.5 7.7 10.7 14.0 1905 26.6 25.8 24.6 30.3 28.2, 13.8 15.8 17.1 20.1 17.71 12.8 10.0 7.0 10.5 10.5 1909 23.9 24.4 2i.6 25.1 232: 13.1 14.6 15.1 17.6 14.0. 10.8 9.8 6.5 7.5 9.3

1916 23.0 — — — | —1| 11.9 — • — — — |! 11.2 — — — —

*) Stat. Mededeelingen No. 31, 1911.

Sluiten