Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijna onveranderd zijn gebleven — en in 1905 door de Gereformeerde kerk in ongewijzigden toestand zijn overgenomen:

„Der Dienaren ambt is, in de gebeden en bediening des Woords aan te houden, de Sacramenten uit te reiken, op hunne Medebroeders, Ouderlingen en Diakenen, mitsgaders de gemeente, goede acht te houden en ten laatste met de Ouderhngen de kerkelijke discipline te oefenen en te bezorgen, dat alles eerlijk en met orde geschiede (Art. 16). Der Ouderhngen ambt is, behalve hetgene, dat boven in art. 16 gezegd is, hun met den Dienaar des Woords gemeen te zijn, opzicht te hebben, dat de Dienaren, mitsgaders hunne andere Medehelpers en Diakenen hun ambt getrouwelijk bedienen, en de bezoeking te doen, naardat de gelegenheid des tijds en de plaats tot stichting der gemeente, zoo voor als na het Nachtmaal kan lijden, om bijzonder de lidmaten der gemeente te vertroosten en te onderwijzen en ook anderen tot de christelijke religie te vermanen."

In de bevestigingsformulieren vindt men de plichten der ouderlingen als volgt omschreven:

„Zoo weest dan gij, Ouderlingen, naarstig in de regeering der kerk, die U nevens de Dienaren des Woords bevolen is. Zijt mede als wachters over het huis en de stad Gods, om een ieder getrouwelijk te vermanen, en te waarschuwen voor zijn bederf. Hebt acht op de onderhouding van de zuiverheid der leer en de vroomheid des levens in de gemeente des Heeren."

Het Ev. Luth. Syn. Reglement vat in art. 8 de drie kerkelijke ambtenaren samen, wier taak moet zijn:

„De zorg voor de belangen zoo van het Christendom in 't algemeen, als van de Ev. Luth. kerk in het bijzonder, de vermeerdering van godsdienstige kennis, de bevordering van christelijke zeden, enz."

„Aan predikanten en ouderlingen behoort de zorg voor hetgeen den openbaren godsdienst, het christelijk onderwijs en het opzicht over de leden der gemeente betreft" (Art. 56).

„Zij (de predikanten) geven geregeld godsdienstonderwijs en zijn verplicht, zoowel door huisbezoek, als door ander herderlijk werk, het godsdienstige en kerkelijke leven der gemeente te bevorderen" l).

Verder bevat een tweede reglement de bepalingen omtrent het

*) (Art. 19) Het Plaatselijk Kerkbestuur in het algemeen.

Sluiten