Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De practijk.

„Art. 26. Onverrninderd de herderlijke zorg van den Pastoor wordt aan armmeesters als gewetensphcht bijzonder aanbevolen het houden van toezicht op het godsdienstig en zedelijk gedrag der armen en hulpbehoevenden, op het door dezen bijwonen der openbare godsdienstoefening en op de godsdienstige en zedelijke onderwijzinge hunner kinderen."

In de practijk zijn de verphchtingen geheel anders geworden dan de artikelen in de kerkelijke wetgevingen vermelden.

Wat de predikanten betreft: — behalve bij plechtige gelegenheden zooals doop, bevestiging of huwelijk is huisbezoek buitengesloten — onder al de predikanten in Amsterdam zijn, er eenige die eene poging doen om op deze wijze nog op de arme lidmaten invloed uit te oefenen — die pogingen zijn echter van zoo minieme beteekenis, dat zij buiten beschouwing kunnen blijven.

In den loop der tijden heeft in het ambt der ouderlingen in Nederland dezelfde verandering plaats gehad, welke overal in het buitenland in de Prot. kerken ook waar te nemen valt. De kerkelijke tucht was niet te handhaven. Aan het ambt der ouderlingen werd daarmede zijne grootste beteekenis ontnomen Alleen de Gereformeerde kerk deed eene poging de tucht te handhaven, het ambt van ouderling weer te herstellen. Doch ook in de Geref. kerken is dit ambt veranderd.

Oorspronkelijk waren de ouderlingen vertegenwoordigers Gods, nu zijn zij vertegenwoordigers van de gemeente; toch zijn zij bestanddeel van de ware Kerk, welke zonder hen niet volmaakt zou wezen.

Geheel anders bij de lutherschen, daar is het instituut der ouderlingen eene quaestie van nut of doelmatigheid, niet van goddelijk recht.

Vrijwel overal echter, zoowel bij de lutherschen als bij de streng-evangelische kerken is het ambt van ouderling tot eene zeer prozaïsche bezigheid teruggezonken.

Bij het instituut der diakenen kon nog van principes, welke het instituut beheerschen, zijne ontplooiing, opheffing of reorganisatie verhinderen, gesproken worden. Ten aanzien van het in-

*) K. Rieker, Grundsatze etc, p. 155. „Unsere modernen Presbyterien sind viel ehr die Organe der1 Kirchengemeinden zur Verwaltung aller ihrer Angelegenheiten, insbesondere der ökonomischen". „Eine viel grössere Rolle spielen andere Aufgaben, wie die rechtliche Vertretung der Gemeinde nach aussen, vor allem bei kircblichen Vermögensverwaltungen."

Sluiten