Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stituut der ouderlingen valt dit, op bovengemelde uitzondering na, niet meer te ontdekken1).

Deze ambtsdienaren zijn Kerkrentmeesters geworden. Zij nebben de zorg over de gebouwen en het kerkmeubilair. Zij zijn bestuurders en beheerders der oeconomische aangelegenheden, vooral van het vermogen, ze vertegenwoordigen het Kerkgenootschap in en buiten rechten en vormen verder het kiescollege.

Zij zijn bij doopplechtigheden, bevestiging') en huwelijken tegenwoordig, waar zij hun toezicht op de „leer" uit te oefenen hebben. In alle kerkelijke Reglementen vindt men eensluidend deze opsomming hunner plichten terug. Met uitzondering van de Gereformeerde en de kleine Evangelische kerken, oefenen zij op geenerlei wijze meer invloed op de arme geloofsgenooten uit. Huisbezoek is geheel buitengesloten. Zij houden zich in dit opzicht met niets meer bezig*).

Het begin van eene tervorming van hun ambt is niet aan te wijzen.

Vraagt men waar, binnen de Protestantsche kerkgemeenschap voor de belangen van de armste geloofsgenooten, die niet door de diaconie ondersteund worden, die niet uit eigen beweging ter kerke gaan, in verband met hunne zedelijke opheffing, gewaakt wordt, dan kan men gerust zeggen: nergens!

De kerk als organisme houdt zich daarmede niet meer bezig.

Met deze leiten voor oogen zou men mogen vragen, of werkelijk de bewering geheel en al vol te houden ware: de kerk is de aangewezen armverzorgster, want zij waakt voor de belangen der geloofsgenooten door zedelijke verbetering, zij lenigt den geestelijken en zedehjken nood, zij is bij uitstek het orgaan der naastenliefde? In theorie misschien, maar in de practijk?

') Het laatste Kerkelijke Reglement voor Genève kent zelfs geen ouderlingen meer, leeken zijn daar de leden van het Consistorium.

),fll^°r de„ro1, Welke de owkrilngen bij de afscheiding in het jaar 1886 gespeeld hebben: Het vergrijp der 17 ouderlingen, dr. A. Kuyper, Het dreigend conflict id Handelingen van het Geref. Kerkelijk Congres, p. 117 en 118

) Natuurlijk wordt hierin eene uitzondering gemaakt, zoodra zij 'als Regent van eene inrichting optreden; in hun ambt als ouderling treden zij echter als zoodanig

Sluiten