Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

even weinig kunnen onttrekken als in de Protestantsche landen, doch, waar eene gemengde bevolking bestaat, treedt het oeconomisch welslagen van de kathoheken op den achtergrond, toont zich het overwegend Protestantsch karakter van het kapitaalbezit en den ondernemingsgeest.

Dat juist in Nederland na de Hervorming de oeconomische Opbloei zoo groot is geweest, moet aan de Calvinistische opvatting van de stoffelijke zijde des levens worden toegeschreven.

Het Calvinisme verlangde een tot stelsel verheven werkheiligheid. Zijn ethisch gebaren was niet een gevoelstoestand en werd niet aan het toeval overgelaten, zij werd tot een consequent richtsnoer voor den geheelen levenswandel verheven, waarbij het beroepswerk geen uitzondering maakte, evenmin als dit beroepswerk in zijne gevolgen van dit methodisch optreden uitgeschakeld werd. Dit stond in directe tegenstelling met het rniddeleeuwsch Katholicisme, dat zijne discipelen mogelijk maakte, zich allereerst tevreden te stellen met eene veivulhngder traditioneele plichten, waarbij de overige werkzaamheden vanzelf een toevallige reeks van op zichzelf staande handelingen bleven. De calvinist wenschte zijn geheele leven ter eere Gods te vormen, beoefende daartoe de strengste zelfbeheersching en zelfcontróle, om zich tot zulk een leven op te voeden. Deze innerlijke tucht werd door hemzelf uitgeoefend, verlegde dus het zwaartepunt van alle denken en doen in hemzelf, hief hem op tot eene onafhankelijke zelfstandigheid en omvatte zelfs zijne kleinste daden *).

Zijn askese verwierf den rijkdom niet als einddoel van zijn leven, maar heiligde het beroep; zijne soberheid bracht hemden rijkdom als vrucht van zijn geheelen levenswandel, zijn werk werd hem een onontbeerhjk asketisch middel tot het betrachten van dien godsdienstigen levenswandel.

Dat deze denkbeelden een geweldigen invloed op de vorming van den staat van vermogen der Nederlandsche protestanten uitgeoefend hebben en hunne nawerking nog steeds laten bespeuren, is duidelijk. Eene groote kapitaalvorming was daarvan het gevolg.

Voor drie groepen van protestanten hebben zich daar nog eenige bijzondere factoren bij voorgedaan, die de kapitaalvor-

*) Max Weber, Band XXI, Heft 1, Archiv für Sozialwissenschaft und Sozialpolitik 1905. Hoofdstuk 2. Die Berufsidee des Asketischen Protestantismus.

VAK MANEN.

16

Sluiten