Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het Evangelie gebaseerd, waarmede zij zich aan de bestaande richting in de Ned. Hervormde kerk aansluit. Ze hebben niet ten doel eene nieuwe secte te stichten. In haar uit zich slechts dezelfde strooming, welke in Duitschland bij de piëtistische richting aan den dag kwam.

Deze vereenigingen prediken het Evangelie, hare medewerkers behooren dikwijls tot verschillende kerkgenootschappen — doch ze vereenigen zich in een gemeenschappelijk streven het volk dit geloof weer nader te brengen en het zedelijk niveau te verheffen. Aanleiding en kracht daartoe ontleenen ze aan hun diep-godsdienstig gevoel.

Dat de armenzorg met haar streven verbonden is, blijkt eene onafwendbare noodzakelijkheid; het lichaam moet geen nood ondervinden, opdat de geest zich weder naar het geloof kan toewenden. De inwendige zending neemt dus de taak op, daar, waar de Kerk ze ghppen laat. Deze laat de armen tot zich komen, gene zoekt ze op; deze schuift de ongewenschte elementen van zich af, gene trekt ze weer tot zich.

Deze zending neemt in de kerkgenootschappen geen eigen plaats in, alleen in de kleine Evangelische kerken maakt ze een wezenlijk bestanddeel van de kerkorganisatie uit *).

Hoeveel kleine kringen of vereenigingen ten slotte in Amsterdam voor de stadszending werkzaam zijn is moeilijk te zeggen. Kleine groepen van overtuigde Evangelisten sluiten zich aaneen, huren een lokaal of zoeken de armen in hunne woningen op. ■ Spoedig lossen zij zich op, een andere groep neemt het werk over.

In ieder geval moet ook voor haar aangenomen worden, dat een groot aantal kleinere geldbedragen of hulpverleeningen van anderen aard de armen door hare bemiddeling toestroomt. Soms draagt eene enkele rijke dame bijna al de kosten van zulk eene zendingsvereeniging, soms komen deze ten laste van slechts

') In Duitschland heeft dezelfde ontwikkeling en de daardoor ontstane verhouding tot de Kerk reeds in de jaren 1848—1850 tot levendigen strijd aanleiding gegeven. De inwendige zending werd zelfs een woekerplant genoemd, welke het kerkelijk leven dreigde te verstikken. Wichem verdedigde het recht van haar bestaan met kracht. Later trad deze bestrijding geheel op den achtergrond bij eene practische samenwerking, die hare oplossing o.a. vond in een gezamenlijke „Centrale Commissie". G. Uhlhorn, Die Christliche Liebestatigkeit, III, p. 359.

G. Uhlhorn geeft in zijn boekje „Die Kirchliche Armenpflege" een warme opwekking tot verbinding van de inwendige zending aan de Kerk.

Sluiten