Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en in de verantwoordelijkheid van den betrokkene voor alles wat hem de zending, in den vorm van lokaalhuur, licht, vuur, drukwerk, enz., enz., kost. Eene ver gedreven decentralisatie dus, met het Hoofdkwartier als coiitrólelichaam. Komt een schuld voor, dan wordt van uit het Hoofdkwartier hulp geboden, maar meestal in den vorm van eene leening, welke terugbetaald moet worden. Is een post voortdurend zwak, dan worden daarover overeenkomsten getroffen.

Aanvankelijk was de bekeeringsbeweging zuiver evangelistisch, zonder specialiseering in haar werk. Het onderhanden nemen van de ergste Londensche buurten stelde echter de geheele lenigheid van het strijdmiddel in het licht, van een leger van volkomen overtuigden, onbeperkt gehoorzamende volgelingen.

Er werd voor ieder soort bekeeringswerk een speciaal orgaan gevormd. Men bracht hulp in de woningen door de Sloppenbrigade, de Gevangenisbrigade nam ontslagen gevangenen onder hare hoede, de Reddingsbrigade trok speciaal in de straten rond om beschonkenen op te nemen. In 1884 werd het eerste Reddingshuis voor gevallen meisjes gesticht en in 1885 verschenen in de Pall Mali Gazette de sensationeele artikelen over den meisjeshandel, welke in alle landen eene wettelijke actie tengevolge hadden.

Deze hulp moet echter nog steeds onder het bekeeringswerk gerangschikt worden en nog niet onder den socialen arbeid. Zending, bekeering, dat was ook het eenige doel.

Spoedig werd echter de stap, waaraan bijna geen zendingsarbeid ontkomen kan, gedaan — hoe dieper de blik in het pauperisme is, des te scherper en nadrukkelijker wordt de eisch tot onmiddellijke hulpverleening in den materieelen noodl).

De sociale arbeid werd ter hand genoèjfin; asylen voor dakloozen opgericht, en tegen de goedkoopste prijzen spijzen ter be-, schikking gesteld. Het Leger des Heils trad zelf als werkgever der armen op, toen de verschrikkelijke toestanden in de huisin-

•) Th. Kodde, Die Heilsarmee, pag. 94. Generaal Booth verklaarde zelf: „Wat heeft het voor nut het Evangelie aan menschen te prediken, wier geheele aandacht gericht is op een waanzinnigen, wanhopigen strijd om zich in het leven te houden."

Ook John A. Hobson komt tot dezelfde slotsom: „The fact must not be shirked that in preaching thrift, hygiëne, morality and religion to the drivellers in the courts and alleys of our great cities, we are sowing seed upon a barren ground " Problems of Poverty, p. 176.

Sluiten