Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het algemeen maakt men onderscheid tusschen de armen zorg in engeren zin, welke een dringende, op onmiddeUijke leni ging aangewezen nood vooropstelt, en de caritatieve praestatiei in ruimeren zin, welke door voorkomen, tijdig ingrijpen, of an dere, meer mdirecte wijze de verheffing van de arbeidersklass< tracht te verwezenlijken, hetzij physisch, hetzij psychisch.

Deze pogingen vormen een lijn, parallel aan de opgaande liji van de ontwikkeling der arbeidersmassa zelf. De fijnste onderverdeeling zal ook de meest doelmatige hulp kunnen brengen vooropgesteld dat de liefdadige praestaties organisch zoo mei elkaar verbonden zijn, dat voor de componente deelen van een armoedstoestand eenerzijds ook de, voor eene leniging daarvan benoodigde veelsoortige hulpverleening anderzijds bestaat.

Wanneer men de verticale lijn van de liefdadigheid voor de onderste volkslaag van af de kostelooze toevluchtsoorden en tehuizen door alle trappen heen van de volledige tot aan de geheel nunimale ondersteuning toe volgt, dan stijgt men uit volledige onzelfstandigheid tot zelfstandigheid, van de sociaal-onmachtigen tot den onafhankelijken arbeider en bereikt men eene hoogte, waar het terrein der sociale hulpmiddelen, resp. de hulp uit eigen kracht, bereikt wordt.

Deze geheele keten arbeidt, zoowel in Amsterdam als in Nederland, zonder samenhang; Velen werken in eenzelfde richting op eenzelfde gebied, maar zonder eenig onderling verband.

De particuliere hefdadigheid in den ruimsten zin strekt zich over vijf omvangrijke arbeidsgebieden uit»).

De eerste groep, die der zedelijke tescherrning, van welke eene groote philanthropische werkzaamheid uitgaat, sphtst zich in drie verschillende onderdeden:

1. De preventieve hulp voor het jonge meisje in den vorm van vereenigingen tot hare bescherming, in steden, dorpen, bij het reizen, betreldring zoeken, enz.;

2. Het reddingswerk onder mannen, vrouwen en minderjari-

') Hier en daar was de particuliere liefdadigheid niet goed van. de op ander gebied liggende hulpverleening te scheiden. Ook zijn afzonderlijke vereenigingen, welke op zedelijk gebied arbeiden, niet uit te schakelen. Zij vormen een schakel in de keten der sociale hulpverleening en werken in preventieven zin of op bemiddelende wijze aan het vraagstuk der armoede mede. Juist haar samenhang met de overige organen maakt ze tot onontbeerlijke hulpmiddelen.

t

Groep A.

Sluiten