Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooveel mogelijk overleg is gepleegd met het bestuur van die instelling. Voor het geval ondersteuning mocht worden toegekend, wordt zooveel mogelijk gestreefd naar samenwerking en eenheid in de ondersteuning en in alles, wat met die ondersteuning samenhangt. Het bestuur van de burgerlijke instelling of Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd er toe mede te werken, dat in het gestelde geval de ondersteuning uitgereikt en het toezicht op den ondersteunde gehouden worden door één instelling.

Tweede Afdeeling.

Van de geneeskundige armenverzorging.

Art. 33. 1. Indien voor eene gemeente niet of niet voldoende is voorzien in de genees-, heel- of verloskundige behandeling of in de verpleging van armen, of in de levering van genees- en verbandmiddelen ten behoeve van armen, kunnen Gedeputeerde Staten, den inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid gehoord, eene bepaalde voorziening voorschrijven. Zij zenden den inspecteur afschrift van hun beslissing.

2. De gemeenteraad en de inspecteur kunnen binnen dertig dagen na de ontvangst van de beslissing bij Ons in beroep komen.

3. Gedurende den termijn voor en de behandeling van het beroep blijft de beslissing van Gedeputeerde Staten buiten werking. Gedeputeerde Staten kunnen evenwel op grond van dringende omstandigheden bepalen, dat de beslissing onverwijld zal worden uitgevoerd. Van het bestaan van die omstandigheden moet uit het besluit van Gedeputeerde Staten blijken.

4. De gemeenteraad is gehouden tot uitvoering van de beslissing van Gedeputeerde Staten of van Ons, binnen den door dat College of door Ons bepaalden termijn.

HOOFDSTUK IV.

VAM SAMENWERKING TUSSCHEN ONDERSCHEIDENE INSTELLINGEN VAN WELDADIGHEID.

Art. 41. 1. In eene gemeente of voor eenige gemeenten of gedeelten van gemeenten gezamenlijk kan door Ons een armenraad worden ingesteld.

2. Indien een armenraad voor eenige gemeenten of gedeelten van gemeenten gezamenlijk wordt ingesteld, wordt tevens bepaald, in welke gemeente de zetel van den raad gevestigd zal zijn.

3. De grenzen van het ambtsgebied van een armenraad kunnen door Ons worden gewijzigd.

Art. 42. 1. Iedere instelling van weldadigheid, welke voorkomt op de lijst, bedoeld in artikel 3, en binnen het ambtsgebied van den armenraad armenverzorging buiten gestichten ten doel heeft, is bevoegd een vertegenwoordiger in den raad aan te wijzen. De burgerlijke instellingen zijn tot die aanwijzing verplicht. Bij gebreke van burgerlijke instellingen wijzen Burgemeester en Wethouders een vertegenwoordiger aan.

2. Eene instelling van weldadigheid evenwel, welke ingevolge art. 48 recht beeft, meer dan één bestuurslid te doen benoemen, heeft recht evenveel vertegenwoordigers in den raad aan te wijzen, als ze recht heeft bestuursleden te doen benoemen.

3. De ingevolge dit artikel aangewezen vertegenwoordigers vormen den armenraad.

4. De aanwijzing van vertegenwoordigers kan geschieden bij de oprichting van den armenraad en, voor zoover zij daarbij niet plaats vond, telkens zes maanden vóór het einde van den termijn van vier jaren, gesteld in art. 44. Zij treden evenwel eerst op na het verstrijken van dien termijn.

Art. 54. 1. De besturen van burgerlijke en van gemengde instellingen, die binnen het ambtsgebied van den armenraad werkzaam zijn, of Burgemeester en Wethouders doen aan den Raad, met betrekking tot de door hen ondersteunde personen en de leden van het gezin van dezen, mededeeling van naam, woonplaats, datum van geboorte, kerkelijke gezindte en beroep, alsmede van de verleende ondersteuning.

Sluiten