Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorts werden door de Maatschappij nog eenige wijzigingen van minder belang in de concessie S. V. voorgesteld.

De Minister van Koloniën was dit plan goedgunstig gezind, doch won alvorens een besluit te nemen het oordeel in van de Indische Regeering (depêche van 28 Januari 1876 No. 37|188).

In Indië oordeelde de heer Maarschalk, die onderwijl als aanlegchef en chef van den dienst der staatsspoorwegen was opgetreden, de voorstellen der N. I. S. M. beslist onaannemelijk (rapport Lt. A, gedateerd Soerabaija, 21 Maart 1876). In de eerste plaats verzette de Chef van den Dienst der S. S. op Java zich tegen het dooreenmengen van hetgeen gevraagd etn geboden werd, waardoor de overeenkomst noodeloos ingewikkeld werd: de te regelen zaken wilde hn" in verschillende overeenkomsten gesplitst zien. In de tweede plaats kantte hij zich tegeh den afstand der ljjn Solo—Madioen aan de N. I. S. M. in verband met de plantaen tot aanleg van een staatsnet vaat Soerabaja, dat daardoor in nadeelige condities zou komen. Mocht evenwel de concessie toch verleend worden, dan werden eenige regelen gegeven, waaraan de rentegarantie gebonden zou zijn.

Over de spoorversmalling dacht de heer Maarschalk zeer sceptisch. Zij werd geheel onnoodig geacht en door geen enkel belang gewettigd, zij kon eerst noodig worden „wanneer er aansluiting tusschen de lijn met

„breed- en de lijnen met smalspoor bestaat" ,Voor dat die aansluiting

„bestaat, zullen echter nog verscheidene jaren verloopen, en ik ben er van „overtuigd, dat men dan over de noodzakelijkheid van die versmalling „geheel anders zal oordeelen dan thans door het publiek bijna algemeen „en door vele technici nog wordt gedaan". 8)

Zeer ongunstig dacht de heer Maarschalk over de richting van de gevraagde lijn Djocja—Tjilatjap. Het tracé indertijd voorgesteld door de heeren Kool en Henket van Djokja over Poerworedjo, Keboemen, Karanganjar, Gombong, Kaliredjo naar Tjilatjap met een zijtak door het dal der Serajoe naar Banjoemas, Bandjar Negara en verder, werd veel wenscheljjker geacht. De hoofdlijn zou dan vlakteln'n kunnen worden, 73 K.M. korter dan de gevraagde lijn (waarin stukken bergspoor) en bijna ƒ 10.000.000.— goedkooper. Tegen eventueele uitgifte in concessie van een lijn door het Serajoedal werd gewaarschuwd, immers: „die zijtak toch is bestemd om „later op de een of andere wijze verlengd te worden om in verbinding te „komen met een ljjn Djocjo/—Magelang—Willem I en daartoe zal de Maatschappij zich zeker niet willen verbinden, dit kan dan ook niet van haar „worden gevorderd; doch doet zij dit niet, dan verkrijgt men hier weder

3) De heer Maarschalk verdedigde zijn stelling uitvoerig en jvees er op dat men soms tot spoorwijdten van 0.61 a 0.80 M. zou moeten komen: „Ook op Java „zal men daartoe moeten Desluiten wil men later ook die streken van spoorwegen „voorzien, waar ook lijnen van 1.067 M. zelfs de exploitatiekosten niet kunnen goed„maken en die finantieel onbestaanbaar zjjn".

Sluiten