Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de vergadering van het Indische Genootschap 9) van 11 December 1877 kwam genoemden heer aan het slot zijner voordracht over „de wetsontwerpen tot aanleg van spoorwegen op Java" tot de conclusie dat: „op finantieel gebied: de verleende concessies aan den Staat minder duur „zullen komen te staan dan iedere andere concessie — of aanleg van „Staatswege;

„op economisch gebied: dat de geconcedeerde lijnen op de voorgestelde „wijze spoediger tot stand zullen komen dan op elke andere manier".

Op spoedige bekrachtiging bij de wet werd dan ook aangedrongen.

In diezelfde vergadering brak de heer G. H. van Soest een lans voor de gesloten transactie. Zijne rede besloot hij aldus:

„In korte, ronde woorden is de geldelijke toestand deze, dat de vier „overeenkomsten veeleer in het belang Van den Staat dan in dat der aandeelhouders zijn:

„dat zn' bestemd zijn de spoorwegkwestie op Java duurzaam en voor „de Indische finantiën op gunstige voorwaarden op te lossen;

„en dat, bij verwerping door de wetgevende macht van de nu voorbereide transacties, men nimmer meer zulke gunstige voorwaarden zal „kunnen bedingen en bij Staatsaanleg van alle nieuwe lijnen, de Staat „daarvoor aanzienlijk erger zal moeten bloeden".

Merkwaardig was dat de Voorzitter der Vergadering, de heer J. P. de Bordes, als aandeelhouder (tevens commissaris) der N. I. S. M. de voorstellen van den Heer van Bosse bestreed omdat „aanneming zal zijn „in het nadeel van aandeelhouders. De toevoeging van nieuwe lijnen zal „de dividenden verminderen, er bestaat m.i. geen reden om die door uitbreiding in de waagschaal te stellen".

De heer Joosten verbaasde zich er over, dat de pers de overeenkomsten bestreed, omdat ze te veel voordeelen aan de aandeelhouders verschaften, terwy 1 de heer de Bordes een tegenstander was, omdat ze voor hen te nadeelig waren. Hn' concludeerde tot staatsaanleg.

Terwijl de heer J. Groll den 5en December 1877 nog een brochure schreef tot aanbeveling der wetsvoordracht, 10) bestreed de commissaris der N. I. S. M. do heer J. P. de Bordes haar in courantenartikelen en in een Woord aan de aandeelhouders der N. I. S. M. (zie bijlage XV van deel

9) Zie ook Indische Spoorwegpolitiek deel I Hoofdstuk II § 1 blz. 82 e.v.

10) De overeenkomsten met de Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij en '« hands belang. Uitg. ■ Gebr. Giunta d'Albani 1877 den Haag.

Sluiten