Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 2. Staatsaanleg van nieuwe lijnen Sidoardjo-MadioenBlifar en Buitenzorg-Tjitjalengka.

Terwijl de Minister van Koloniën in Holland met den Raad van Beheer der N. L S. M. onderhandelde over de 4 overeenkomsten, welke de lijn Buitenzorg—Batavia in handen van den Staat en de lijnen Madioen —Solo en Djokja—Magelang—Tjilatjap in particulier bezit zouden stellen zat de heer Maarschalk op Java niet stil. Rusteloos ging hij met de opname van nieuwe lijnen door.

In Holland werd dit niet met algeheele instemming begroet tenminste lezen we in het Voorloopig Verslag op de Indische Begrooting voor 1877 (Gedr. St. 1878—78 II 4 No. 43) op bl. 4:

„40. Met eenige verwondering heeft men uit het Koloniaal Verslag „(bijlage CC, bladz. 10) gezien, dat van regeringswege eene opname zou „plaats hebben voor een spoorweg Soerabaija—Soerakarta, waaruit men „moet opmaken, dat de aanleg van zulk een Staatsspoorweg in de bedoeling „ligt. Men meende tegen dit voornemen te moeten opkomen. Toen de „Volksvertegenwoordiging in den aanleg van den Staatsspoorweg Soera„baija—Pasoeroean—Malang heeft toegestemd, beschouwde zij dien aanleg als eene proef, maar heeft zij zich geenszins onvoorwaardelijk voor „het beginsel van Staatsaanleg verklaard. Werden nu, in weerwil daar„van, opnemingen voor Staatsspoorwegen gedaan, dan zou de Kamer voor „een fait accompli kunnen worden geplaatst. Ook al kwam verlenging ,',van den Soerabaijaschen Staatsspoorweg tot Kediri en Madioen in aanmerking, dan behoefde die toch niet tot Soerakarta te worden voortgezet. Dat er dringende behoefte bestaat aan den aanleg van spoorwegen ,','in Midden-Java, ook met het doel om ry'stschaarste zoo veel mogelijk voor „te komen, behoeft geen betoog; maar waarom zou dit niet door middel „van particuliere concessien te verkrijgen zijn? De Nederlandsch-Indische „Spoorwegmaatschappij heeft zoodanige concessie aangevraagd (Koloniaal „Verslag bladz. 138). Die Maatschappij heeft aan alle hare verpligtingen „voldaan; het Gouvernement geniet ten gevolge van de exploitatie harer „lijnen groote voordeden; zn" verdient dus, dat hare aanvragen in ernstige „overweging worden genomen en dat zij althans geen tegenwerking ont,','moete. Intusschen scheen wel op Java een vijandige geest tegen de particuliere spoorwegen te heerschen, waarvan sommigen zelfs in het Koloniaal Verslag sporen meenden te-ontmoeten. Men wees er onder anderen „op, dat sinds jaren is aangedrongen op het maken van verbindingswegen „mét de bestaande particuliere lijnen en dat daarvan nog bijna niets is tot „stand gekomen.

Sluiten