Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Overigens keurt men het niet af, dat het Indisch Bestuur, in verband met den aanleg van den spoorweg naar de Preanger regentschappen, stappen doe om de lijn Batavia—Buitenzorg van de Indische Spoorwegmaatschappij over te nemen. Men vroeg, hoever de deswege gevoerde „onderhandelingen, waarvan mede op bladz. 138 van het Koloniaal Ver„slag gewag wordt gemaakt en die reeds geruimen tijd duren, gevorderd „waren. Het rekken dier onderhandelingen was ook daarom minder ge„raden, omdat, ook volgens de thans ontvangen mededeelingen, de opbrengst dezer lijn gestadig toeneemt, en dus, naar mate men langer „wacht, het door de schatkist voor den aankoop te brengen offer te „grooter zal zijn".

De Minister van Koloniën, de heer Mr. F. Alting Mees antwoordde hierop in de Memorie van Beantwoording (Gedr. Stuk 1876—77. II 4 No. 44a) bl. 4:

„40. De vrees, dat de Kamer, wat den aanleg van nieuwe spoorwegen op Java betreft, voor een fait accompli zal worden geplaatst „komt voor niet gegrond te zijn. De aanleg van een Staatsspoorweg van „Soeraban'a naar Pasoeroean en Malang zou gelden als eene proef, dit is „ook door de Regering bij de behandeling der wet van 6 April 1875 „(Staatsblad No. 61) toegegeven. Maar als de proef naar wensch slaagde, „was van haar een voorstel tot uitbreiding van dien Staatsspoorweg in de „rigting van Midden-Java te verwachten. Om zich in de gelegenheid te „stellen te bekwamer tijd zoodanig voorstel te doen en behoorlijk toe te „lichten, moest de Regering natuurlijk er op bedacht zijn de noodige gegevens te verzamelen omtrent het terrein in die rigting. Daarom is besloten om het beschikbare personeel te gebruiken voor de onderzoekingen „waarop in het Voorloopig Verslag gedoeld wordt. Door die onderzoe„kingen wordt niets gepraejudicieerd, ook niet omtrent de vraag, of de „lijn Solo—Madioen door den Staat of door de Nederlandsen-Indische „Spoorwegmaatschappij aangelegd zal worden.

„In de onderhandelingen met die Maatschappij had de vorige Minister als het ware nog slechts zijn laatste woord te zeggen, althans wat „de hoofdpunten betreft. Met het oog op zijne aanstaande aftreding moest „hij zich echter van eene beslissing onthouden. De ondergeteekende heeft „aan die voorstelling nog niet de noodige overweging kunnen wijden, doch „hu* hoopt zich spoedig daarmede bezig te houden.

„De ondergeteekende kan in het jongste Koloniaal Verslag niet het „bewijs vinden, dat op Java een vijandige geest tegen de particuliere „spoorwegen bestaat. Andere oorzaken hebben te weeg gebragt, dat voor „den aanleg van voedingswegen voor den spoorweg in Midden-Java nog „weinig is gedaan. De berigten die daaromtrent onlangs zijn medegedeeld „(Koloniaal Verslag bladz. 134—135) mogen echter meer bevredigend heeten dan die van vorige jaren".

Sluiten