Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„saldo's van vroegere jaren, werden gesteld, zonder dat de kosten dér „buitengewone werken bij de raming van den sluitpost werden in rekening „gebragt. Bjj het thans gedaan voorstel wordt slechts vastgehouden aan „het karakter dat sedert 1872 (zie de beraadslaging in de Tweede Kamer „op 26 October 1872) aan de bijdrage is toegekend, en de gewoonte „gehuldigd, om Indië te doen helpen voorzien in behoeften van het moederland. Nu voor 1878 geen saldo's als buitengewone middelen kunnen „worden gebezigd, is een ander buitengewoon middel, dat van leening, in „de plaats gesteld. Daardoor wordt het voordeel verkregen dat de beginselen, die tot dusver bij de vaststelling van de Indische begrootingen „zn'n toegepast, gehandhaafd worden, en dat wordt vermeden in de financiële verhouding tusschen Nederland en Indië ingrijpende wijziging te „brengen, terwijl niettemin voor de voorziening in de dringende behoeften „van Indië naar behooren wordt gezorgd. Bestond er waarschijnlijkheid „dat ook in later jaren geen saldo's meer beschikbaar zullen komen, „waren de ongelegenheden waarin men thans verkeert van bhjvenden „aard, de ondergeteekende zou niet hebben geaarzeld een eersten stap te „doen om den sluitpost niet meer te doen dienen tot uitkeering van de ,,bn'drage aan Nederland, maar veeleer tot voorziening in de buitengewone „behoeften van Indië. Nu echter de moeijelijkheid, naar de ondergeteekende meent te hebben aangetoond, slechts tijdelijk is, gaf hij er de voorkeur aan er toe mede te'werken om de schokken te vermijden, die de „Rijksfinantiën zouden ondervinden, indien eensklaps van het ramen der „in art. 4 der comptabiliteitswet bedoelde bijdrage geheel moest worden „afgezien.

„In de 5de paragraaph van het Voorloopig Verslag wordt aangeraden uit de Indische begrooting al de posten weg te nemen die tot den „aanleg van nieuwe spoorweglij nen en tot de sluiten geldleening betrek„king hebben. Werd hieraan gevolg gegeven, dan zouden de middelen „verminderen met ƒ 16.000.000.— het bedrag als opbrengst der leening „geraamd — de uitgaven met ongeveer ƒ 10.300.000, de interesten en onkosten der leening daaronder begrepen. Een bedrag aan buitengewone uitgaven van ongeveer ƒ 6.300.000, bestemd voor de voortzetting van de „havenwerken bij Batavia, van den spoorweg Soerabaija—Pasoeroean— „Malang en van andere reeds aangevangen werken in Indië, zou dan nog „ter dekking overblijven, en er zou geen ander middel dan vermindering „van den sluitpost met dat bedrag mogelijk zn'n, om de begrooting te „doen sluiten.

„Men vraagt of het denkbaar is dat eene leening ten behoeve van „Indië anders dan door den Staat wordt gesloten, en wie anders zou „contracteren. De ondergeteekende meent te kunnen volstaan met verwy„zing naar art. 14 der comptabiliteitswet, aldus luidende:

„Geldleeningen, ten laste of onder waarborg van Nederlandsch-Indië, „„worden niet aangegaan dan uit krachte van de wet"".

Sluiten