Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ting te wh'zigen, voor zoover de stand der werkzaamheden-bij de Kamer „dit noodig zou maken. Behandelde de Kamer de nieuwe overeenkomsten „met de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij niet tegelijk met „de begrooting, welnu, dan kon eenvoudig van onderafdeeling 61 van het „Iste hoofdstuk een memorie-pos worden gemaakt en achter den lOden „post van de raming der middelen in Nederland het cijfer van ƒ 16.000.000 „in ƒ 11 000 000 veranderd worden. *

„Dat het noodzakelijk zou zijn om ook de posten voor den aanleg van „nieuwe Staatsspoorwegen uit de begrooting te ligten, in afwachting van „de behandeling der nieuwe overeenkomsten met de Nederlandsch-Indi„sche Spoorwegmaatschappij, kan niet worden toegegeven. Immers het „lag in de bedoeling der Regering om hare voorstellen tot aanleg van „Staatsspoorwegen te handhaven, ook al werden de nieuwe overeenkomsten met de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij niet bekrachtigd. Zn' hield het, na de laatstelijk op Java verrigte opnemingen, voor „eene uitgemaakte zaak, dat een spoorweg uit de residentie Batavia naar „de Preanger Regentschappen moest uitgaan van Buitenzorg, onverschillig of de lijn Batavia—Buitenzorg in handen van het Gouvernement „kwam of niet. En al mogt de concessie voor de lijnen Solo—Madioen en „Djokjo—Magelang—Tjilatjap niet bekrachtigd worden, de aanleg van „den Staatsspoorweg van Sidho-ardjo naar Blitar en Madioen zou toch „noodig blijven.

„Men kan natuurlijk ook de voorstellen betreffende den aanleg van „nieuwe spoorwegen uit de begrooting ligten, met de bedoeling dat ze afzonderlijk, bn' eene suppletoire begrooting, aanhangig gemaakt zullen „worden. Maar het gevolg van zoodanige handelwijze zal zijn, dat met den „aanleg van nieuwe spoorwegen op Java later begonnen wordt, en dat „men de in dienst van den Staat op Java werkzame spoorwegambtenaren, „die met 1 Januarn' aanstaande voor den aanleg van nieuwe lijnen gebezigd zouden kunnen worden, niet tijdig daarvoor benuttigt, terwijl ze „toch betaald moeten worden. In het belang der zuinigheid verdiende het „dus aanbeveling om de Regeringsplannen betreffende den aanleg van „nieuwe Staatsspoorwegen op Java bij de begrooting te behandelen".

Ad onderafdeeling IX (Buitengewone Uitgaven) werd nog op bl. 21 van de M. v. A. vermeld:

„By de beantwoording van § 5 van het Voorloopig Verslag is reeds „gezegd waarom niet kan wordeh toegegeven dat de onderafdeelingen 126 „en 127, betrekking hebbende tot den aanleg van nieuwe Staatsspoorwegen op Java, uit de begrooting zouden moeten vervallen, ook al werden voorloopig de nieuwe overeenkomsten met de Nederlandsch-Indische „Spoorwegmaatschappij niet door de Kamer behandeld. Tevens is daar „gewezen op de nadeelen, die ondervonden zullen worden, wanneer ook

Sluiten