Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zij ljjn Kertosono—Blitar kwam 13 Augustus 1881 tot Kediri, 2 Juni 1883 tot Toeloeng Agoeng en 16 Juni 1884 tot Blitar in exploitatie.7)

De Preangerlijn kwam in het volgende tempo gereed: 5 October 1881 van Buitenzorg tot Tjitjoeroeg, 21 Maart 1882 tot Soekaboemi, 10 Mei 1883 tot Tjiandjoer, 17 Mei 1884 tot Bandoeng, 10 September 1884 tot Tjitjalengka.

Het Koloniaal Verslag voor 1878 vermeldde nog op bl. 136: „Ten slotte is hier nog slechts aan te teekenen dat de opnemingen, „die in het oostelijk gedeelte der Preanger regentschappen en in het weste„lijk gedeelte van Banjoemas verrigt worden ter bepaling van het tracé „voor een spoorweg van Tjitjalengka naar Tjilatjap, reeds zoover zijn gevorderd, dat een avant-projet voor die lijn waarschijnlijk nog in dit jaar „zal kunnen gereed komen. 8) Hieruit volgt echter nog niet dat ook spoedig een voorstel tot den bouw van dezen spoorweg aan de Wetgevende „Magt zal zijn te doen. Immers zal de vraag zijn te overwegen of niet de „prioriteit moet worden toegekend aan eene spoorwegverbinding tusschen „Tjilatjap en Djokjokarta, welke door den Staat zal moeten worden tot „stand gebragt, nu de concessie, die daarvoor aan de Nederlandsen-Indische Spoorwegmaatschappij was verleend, de vereischte wettelijke bekrachtiging niet heeft verkregen".

7) De heer Maarschalk zou den aanleg der lijnen niet voleindigen, daar hij 15 November 1880 met pensioen den dienst der S. S. verliet De heer Maarschalk werd opgevolgd door den hoofdingenieur H. G. Derx, die den aanleg op niet minder krachtige wijze aanvatte (zie hierover § 4 noot 3).

Omtrent de zijlijn Toeloeng Agoeng-Trenggalek-Toegoe zie Indische Spoorwegpolitiek deel VI Hoofdstuk V.

8) Opname was gelast bij G. B. van 8 Maart 1876 No. 8.

Sluiten