Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn, maar men vergete niet welke zonderlinge combinatiën soms invloed hebben op de eindstemming over een wetsontwerp.

In elk geval acht ik het veiliger, van den Minister van Koloniën de pertinente verklaring te vragen, dat de Minister er nimmer de hand toe leenen zal dat de lijnen, die wij thans bespreken, worden aangelegd, zonder dat de door den Minister beoogde belastingen gelijktijdig worden ingevoerd".

Na den heer Mr. L. E. Lenting, die niet over de spoorwegen sprak, kwam dè heer J. P. Bredius aan het woord (Handelingen II bl. 696): „Mijnheer de Voorzitter! Tot mijn leedwezen, kan ik nog niet besluiten voor dit wetsontwerp te stemmen, omdat ik meen dat er groote bezwaren zijn, die daartegen pleiten.

In de eerste plaats ben ik wel eenigzins toegedaan het gevoelen geuit door den geachten spreker uit de residentie met betrekking tot het contract gesloten met de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij. Ik zie toch dat er bij deze wet zal worden besloten tot den aanleg van spoorwegen door den Staat, die begrepen zijn in de concessien verleend aan de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij. En nu zonder te treden in hoever de handeling van de Regering aan die maatschappij grond zou kunnen geven tot eene actie tot schadevergoeding, eene vraag die voor mij aan grooten twijfel onderhevig is, komt het mij toch voor dat de wijze, waarop thans door de Regering tegenover die maatschappij gehandeld wordt, is eene zoodanige, dat wanneer ze tusschen twee particulieren plaats vond, degeen, die ze pleegde, volgens zijn eigen geweten bezwaarlijk zou kunnen zeggen, dat hij loijaal gehandeld had. Ik zeg dit daarom, orrir dat ik meen dat, eer de Staat er toe over gaat om te beschikken over dergelijke spoorwegen, het uitgemaakt moet zijn door de wetgevende magt dat de Maatschappij hoegenaamd, al is het slechts zedelijk, geen regt meer heeft.

Maar wat nog zwaarder bij mij weegt, is het volgende: Ik zal niet opkomen tegen het beginsel waarvan men hier uitgaat. Het schijnt vast te staan dat de spoorwegen in Indië zullen worden aangelegd van Staatswege. Ik ben geen voorstander van Staatsaanleg, en ik ben dit nimmer geweest. Ik ben dit nog te minder geworden nadat ik heb gezien wat de Staatsaanleg onder anderen in ons eigen land heeft opgeleverd. De resultaten, die wij daarvan gekregen hebben, zijn: langdurigheid in den aanleg, oneindig hoogere kosten dan bij particulieren aanleg, en in den regel minder doelmatigheid, omdat de bouwmeesters van Staatsspoorwegen, onbekend of weinig bekend met de eischen der exploitatie, meestal de spoorwegen zóó bouwen, dat, wanneer ze in exploitatie gebragt zullen worden, er verschillende fouten en gebreken aan kleven, die dan met veel moeite en kosten moeten hersteld worden.

Sluiten