Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is eene onbetwistbare waarheid, dat Nederland door het bezit van Indië tot zeer aanzienlijke, jaarlijks wederkeerende, uitgaven wordt genoopt, die het anders geheel zou kunnen nalaten. De aanspraak op die bijdrage is dus allezins gegrond. Onze finantien hier te lande hebben regt op die bijdrage. Wanneer nu de Minister betoogt dat de kosten voor de nieuwe spoorwegen op Java en wat hjj verder voor Java verlangt, in de eerste plaats moeten gevonden worden uit de saldo's van vorige diensten; als hij zoover gaat van datgeen wat reeds bij de wet uit die baten aan de Nederlandsche finantien werd toegevoegd, daaraan weder klakkeloos te ontnemen, — dan ben ik vooreerst buiten staat de waarde der gronden te beseffen, die hij aangeeft om één en ander te motiveren, en dan kan ik in tweede plaats zulks alleen verklaren als eene schrede te meer op den weg, om de gewone bijdrage voor goed af te schaffen. Daartoe wil ik, voor mij, niet medewerken.

Tot mijn leedwezen kan ik om deze en andere redenen door vorige spreken opgegeven voor alsnog niet besluiten mijne stem te geven aan dit wetsontwerp".

De heer Jhr. Mr. J. L. Cremer van den Berch van Heemstede sprak (Handelingen bl. 699): „Mijnheer de Voorzitter! Ik verklaar mij voorstander van den aanleg van spoorwegen op Java voor rekening van den Staat. Omtrent de exploitatie dier spoorwegen kan ik mij op dit oogenblik niet verklaren, maar ik ben tegen het geven van concessie met rentegarantie. Nu is het voor mij zeer moeijelijk te beoordeelen, of de voorgestelde spoorwegen wenschelijk zijn.

De opmerking van den heer Bredius heeft mij getroffen. Oppervlakkig komt het mij voor dat, wanneer de bestaande spoorwegen verlengd worden, die verlenging voornamelijk ten voordeele der bestaande lijnen komt. Zou het daarom niet beter zijn, de bestaande wegen over te nemen, voor en aleer men tot verlenging overgaat?

Mijn groote bezwaar betreft verhooging van art. 22. En nu geloof ik dat het zeer verkeerd is gevolg te geven aan den wensch van die leden, welke als conditio sme qua non stelden dat het voorstel tot den aanleg van spoorwegen zamengekoppeld moest worden aan eene patentbelasting. Ik ben daartegen.

Verlangt de Regering — en ik kan dat zeer goed begrijpen — meer inkomsten met het oog op de havenwerken bij Batavia en voor hare spoorwegen ik geloof dat het oneindig veel beter zou zyn een anderen weg te volgen. Men zou de in- en uitvoerregten kunnen verhoogen. Nog beter zou het zyn indien de Regering kon terugkeeren tot het heffen van differentiële regten. Ik zie dat de Minister van neen schudt. Dit spijt my, maar ik wijs op eene belangrijke discussie, hier eenige weken geleden gevoerd,

Sluiten