Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ven: bouw eerst den weg en dan zult gij gemakkelijk exploitanten krijgen, maar altijd, drie of vier jaren lang, heeft de directie dit te regt geweigerd en zij heeft er zich wel bij bevonden; zij zeide: als wij eerst bouwen, dan zijn wij later in de magt van hen die exploiteren willen en ons zullen geven wat zij goedvinden. Eerst heeft men gecontracteerd met de Hollandsche Spoorwegmaatschappij voor het Nederlandsche, en met de Bergisch-Markische Maatschappij voor het Duitsche gedeelte; toen eerst is men gaan bouwen. Als de Regering bouwt zonder contracten, dan is zij naderhand overgeleverd aan eene particuliere maatschappij. Ik begrijp ook niet waarom men dit zou doen. Al laat ik thans de rigting geheel buiten quaestie, moet de Regering toch niet bouwen. Daarom zou ik den Minister in overweging willen geven, in art. 1 eene verandering te brengen en te lezen, in plaats van „„van Buitenzorg naar Tjitjalengka"", van Tandjong-Priok of eenig punt der lijn Batavia—Buitenzorg naar Tjitjalengka. Dan zal hij niet verpligt, maar wel bevoegd zijn en uit eenig punt van de ln'n of uit Tandjong-Priok beginnen. Dan kan de Minister eerst onderhandelen en bij nader onderzoek, waardoor hij, naar ik mij overtuigd houd, de gegrondheid mijner bezwaren zal erkennen, kiezen wat hem het beste zal voorkomen, en dat zonder af te hangen van eene particuliere maatschappij".

De heer Mr. A. van Naamen van Eemnes sprak (Handelingen II bl. 718): „De vorige geachte spreker heeft grootendeels de bezwaren ontwikkeld, die ik tegen dit artikel had. Ik zal dus de Kamer niet vermoeijen met eene herhaling van zn'ne redenering. Ik heb in het algemeen groot bezwaar tegen den aanleg van Staatsspoorwegen. Ik heb dit in 1875 ontwikkeld, maar ben in de minderheid gebleven. Toen is besloten van Soerabaija uit van Staatswege spoorwegen aan te leggen. Maar daar er reeds particuliere aanleg en exploitatie op Java is, blijft het groote bezwaar bestaan, dat, als het Regeringsplan gevolgd wordt, men in het midden zal hebben particuliere exploitatie, en aan de beide uiteinden aanleg, en waarschijnlijk ook in het vervolg exploitatie van Staatswege.

Ik heb in de exploitatie der Staatsspoorwegen in het oosten van Java berust, omdat men zeide: wij zullen de toekomst niet praejudicieren, maar eene eerlijke proef nemen, om te zien wat het beste is. Nu kan ik er mij wel mede vereenigen om de Staatsljjn in het oosten van Java van Staatswege te verlengen, en ik zou er ook in kunnen toestemmen om de lijn in den oosthoek, die Soerabaija met de Vorstenlanden zal verbinden, met de daarbij behoorende zijtakken van Staatswege aan te leggen en te exploiteren, maar ik adht het verkeerd nu reeds te beslissen, dat, te gelijk met den aanleg van Staatsspoorwegen in het oosten, men ook zal beginnen in het westen, vóór men weet of en hoe men den hoofdtak van de ln'n in de Preanger, dat is de ln'n Batavia—Buitenzorg, verkrijgen zal. Te regt is door den geachten vorigen spreker opgemerkt, dat, wanneer wij nu be-

Sluiten