Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laat u dus niet vervoeren, My'ne Heeren, door het crediet dat gij aan mijn geachten vriend moogt schenken, want hij heeft ongelijk; en indien de Staat dezen weg betreedt, zal hij welligt, even als in het Bourbon-contract, door den Hoogen Raad tot schavergoeding kunnen worden veroordeeld.

Het geheele betoog was niets dan een pleidooi voor de wet; maar het land is hier met pleidooien niet gediend. Daarom waarschuw ik nogmaals: laat eerst het jaar voorbijgaan, of behandel eerst de overeenkomsten en neemt haar aan of stemt haar af; maar doet niet dezen, inderdaad hoogst onvoorzigtigen stap.

Gelooft eindelijk niet dat ik een voorstander ben van dit contract — in geenen deel-e. Wat daaromtrent gezegd en geschreven is, door den heer Joosten in het Indisch genootschap en den anonymen schrijver eener brochure beaam ik geheel: dit contract met de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij is in mijn oog onaannemelijk. De ware belangen des lands zijn bij alle deze contracten niet genoegzaam in acht genomen; maar dit alles neemt niet weg, dat wanneer men onereuse contracten heeft aangegaan, men zich daaraan niet behoort te onttrekken op slinksche wegen, maar den regten weg moet blijven bewandelen. Eerst moeten die contracten worden uit den weg geruimd, en daarna kan men overgaan om, proprio motu, hetgeen bn" die contracten werd bepaald, op welke wijze dan ook, zelve tot stand te brengen".

De heer Jhr. J. L. de Jonge (Handelingen II bl. 724) zeide: „Mijnheer de Voorzitter! Bij dit artikel, dpt thans aan de orde is, zal weder worden beslist het beginsel van Staatsaanleg van spoorwegen in Indië, terwijl de wn'ze van exploitatie volgens den Minister van Koloniën, blijkens zn'ne rede van Vrn'dag jl., later zal worden geregeld.

Wanneer het nu goed gezien is op oekonomisch gebied, dat het particulier initiatief moet worden uitgesloten, dan zou men naar mn'ne meening in elk geval geen halfwerk moeten doen, en dan zou ik wenschen dat ook de Staatsaanleg met zich medebragt de exploitatie van Staatswege. Dan ook, dunkt mij, moesten de voortgang en alles wat de verdere voltooiing van die spoorwegen betreft niet afhankelijk gemaakt worden van eventuele overschotten die de Indische middelen mogten opleveren, en nog veel minder in verband gebragt worden met het al of niet invoeren van eene nieuwe belasting.

Ik weet wel dat de Minister verwijzen zal naar het beginsel van Staatsaanleg hier te lande gehuldigd, maar de toestanden staan, mijns inziens, niet gelijk. In Indië moet, dunkt mij, onder meer voorkeur gegeven worden aan het particulier initiatief, omdat — ik zal nu niet in détails treden, gedachtig aan het spreekwoord: d bon entendeur demi mot suf fit — omdat bn' eene mogelijke catastrophe in Indië by particulieren aanleg er meer

Sluiten