Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou de Koning bevoegd zijn, op een onder Zijne goedkeuring gesloten contract, dat door de beide Kamers bekrachtigd ware geworden, toch nog zn"n regt van veto uit te oefenen.

Daarover zou de contracterende partij zich nooit kunnen beklagen; want zij wist, toen zn' het contract aanging (niet een contract onder de voorwaarde van bekrachtiging door de wetgevende magt, maar een contract dat niet bestaan zou zonder die bekrachtiging) — de Maatschappij, zeg ik, wist zeer goed, dat zij zich moest onderwerpen aan al hetgeen ons publiek regt medebrengt en aan de gevolgen van al de bevoegdheden, die de Grondwet aan den Koning en aan de beide Kamers der Staten-Generaai toekent.

De geachte afgevaardigden uit Middelburg en uit Roermond, de heeren de Jonge en Arnoldts, hebben te kennen gegeven, dat zn' om finantiele redenen bedenking hebben tegen dit wetsontwerp en dus ook bepaaldelijk tegen dit artikel.

Ik zou in de algemeene beraadslaging terugkeeren, indien ik met dis sprekers in debat trad. Ik heb reeds by dc algemeene beschouwingen de zienswijze der Regering omtrent dit punt doen kennen. Ik zal die zienswijze nog eens herhalen. Eenmaal besloten tot voortzetting van den aanleg van Staatsspoorwegen hier te lande, eenmaal door een votum van de Staten-Generaal in dat besluit versterkt, kan de Regering niet anders dan ontwerpen voordragen om ook, met matiging, met inachtneming der finantiele krachten voort te zetten den spoorwegaanleg op Java, waartoe mede aanvankelijk de toestemming der wetgevende magt verleend is.

De geachte afgevaardigde uit Middelburg zeide, dat hy de voorkeur geven zou .aan aanleg door particuliere krachten, omdat, indien ooit zekere catastrophe plaats had, de regten van de particuliere spoorwegmaatschappijen wel behouden zouden blijven. De geachte spreker houde het ten goede, dat de Regering die eventualiteit niet onder hare berekeningen opneemt, dat zy die als eene onmogelijkheid beschouwt.

Ik kom nu tot het amendement van den heer Stieltjes. Ik beschouw dat volstrekt niet als vijandig; integendeel, ik zie er een bewy's in van de goede gezindheid van dien geachten afgevaardigde ten aanzien van den spoorwegaanleg op Java, en ook een bewy's van vriendschappelijke gezindheid ten aanzien der Regering, aan wie hy' ruimere bevoegdheid toestaan wil, dan zy vraagt.

Ik zeg: de geachte spreker wil méér geven. Hy heeft er wel op gewezen, dat de afstand van Bandong naar Batavia, wanneer de weg van Tandjong-Priok over Tjibaroessa liep, voor koopwaren 50 tot 60 kilometer korter zou zyn dan over den weg die door de Regering is voorgesteld; maar hy heeft verzuimd er de aandacht der Kamer op te vestigen, dat er dan grooter kapitaal voor den aanleg noodig zal wezen. Er moeten 12 of 15 kilometer spoorweg méér worden gemaakt dan volgens het plan der Regering, en voor zoover het eerste gedeelte betreft, dat tusschen Tan-

7

Sluiten