Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hy" gebonden is, want dan is er geen onderhandelen mogelijk met de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij. Die Maatschappij moet weten dat de Minister, zonder verder bij de Kamer te komen gemagtigd is haar geheel ter zn'de te laten. En als de Minister wat meer onderhandelingen met spoorwegmaatschappijen had gevoerd, zou hy niet zoo ligt over dit punt denken, en niet meenen dat hij met eene gewone concessiebepaling genoeg gewapend is. Daar de Minister mijn amendement toch ook als een vriendschappelijk amendement beschouwt, hoop ik dat de Kamer met my mede zal gaan". >

De beraadslaging werd hierna gesloten.

Het amendement van den heer Stieltjes, strekkende om in plaats van: „ter verbinding van Buitenzorg met Tjitjalengka", te lezen: „ter verbinding van Tandjong-Priok of van eenig punt der lijn Ba„tavia—Buitenzorg met Tjitjalengka",

werd met 60 tegen 11 stemmen aangenomen.

Voor stemden de heeren: van Houten, van Eek, van Baar, Schagen van Leeuwen, Goeman Borgesius, van Tienhoven, Barge, van Asch van Wy'ck, van Nispen tot Sevenaer, Bastert, Schepel, van Naamen van Eemnes, de Beaufort, van de Werk, Bichon van IJsselmonde, de Bruyn Kops, Schimmelpenninck van der Oye, Schimmelpennick, Patjjn, Idzerda, de Casembroot, Sickesz, van Wassenaer van Catwijck, van der Schrieck, Stieltjes, Cremers, van Delden, Mirandolle, van der Kaay, Kerens de Wylre, Vening Meinesz, de Bieberstein, Bredius, van den Berch van Heemstede, Corver Hooft, Sandberg, Rombach, Saaymans Vader, de Vos van Steenwy'k, Mees, Heydenrijck, Godefroi, Arnoldts, van der Feltz, van Stolk, Luyben, de Jong, van Harinxma thoe Slooten, des Amorie van der Hoeven, Blussé, de Jonge, de Meijier, Verniers van der Loeff, Mackay, Lenting, Moens, Bergsma, Bredius jr., Oldenhuis Gratama en Fransen van de Putte.

Tegen stemden de heeren: Wintgens, van Heukelom, Hingst, Lambrechts, Teding van Berkhout, Wybenga, de Ruiter Zylker, Gevers Deynoot, Reekers, van Kerkwijk en de Voorzitter.

By" deze stemming waren afwezig de heeren Róell, Holtzman en Haffmans.

Het gewijzigd art. 1, nu luidende:

„Ten behoeve van den aanleg, voor rekening van den Staat, van spoorwegen ter verbinding van Sidhoardjo (in de lijn Soerabaija—Pasoeroean) met Madioen en Blitar, en ter verbinding van Tandjong Priok of van eenig punt der lyn Batavia—Buitenzorg met Tjitjalengka, wordt in het Iste hoofdstuk der begrooting van uitgaven van Nederlandsch-Indië

Sluiten