Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geachte afgevaardigde uit Gorinchem lR) wijst op de groote behoefte aan irrigatie-werken. Eene groote dienst zou die geachte spreker mij bewezen hebben, indien hn" mij had aangetoond, in hoeverre er door den aanleg van spoorwegen aan de behoefte aan irrigatie-werken wordt te kort gedaan. Tal van irrigatie-werken worden jaarlijks tot stand gebragt, en een vrrj aanzienlijk bedrag is daarvoor op dë begrooting uitgetrokken. Maar al zn'n die behoeften van dringenden aard, die aan den aanleg van spoorwegen zijn niet minder dringend. De uitkomst, in de Memorie van Beantwoording vermeld, omtrent den aanleg van den eersten Staatsspoorweg, is een zeer sterk sprekend bewy's voor de dringende be• hoefte aan den aanleg van spoorwegen.

Eindelijk het argument van den geachten afgevaardigde uit Delft lb) die vreest voor de uitgaven, welke het tegenwoordig beleid van Atjeh vorderen zal.

Hierop kan ik moeijelijk antwoorden. Het beleid is in handen van den Gouverneur aldaar, en dit werd tot nu toe met lof en erkentelijkheid geroemd. Ik wil de rol niet vervullen van een profeet, maar de laatste berigten tot maatstaf nemende, geloof ik dat, in stry'd met de meening van den geachten afgevaardigde, de uitgaven voor Atjeh in de volgende jaren aanzienlijk zullen verminderen".

De heer Mr. J. R. Corver Hooft sprak in tweeden termijn: „De Minister heeft ons zoo even medegedeeld dat het gedeelte spoorweg, waarop dit wetsontwerp betrekking heeft, niets anders is dan een schakel in den spoorwegketen, die nu reeds gemaakt is. Ik spreek dat niet tegen, maar, hetzij dat dit deel is' een schakel, hetzij dat het op zich zelf staat, het veroorzaakt uitgaven, en ik kan niet aannemen dat deze bewering van eenige kracht hoegenaamd is tegen de bezwaren die ik heb ingebragt.

De Minister heeft mij toegestemd dat het zeker wenschelijker zou zyn, indien dê belangrijke vermindering van uitgaven niet plaats had, want dan zouden wy beter in staat zijn om deze vermeerdering van uitgaven te dragen. Ik ga verder, en geloof dat de Minister zal toestemmen indien ik beweer, dat het wenschely'k zou zyn dat nog veel meer uitgaven moesten gedaan worden, en ik geef hem de verzekering, dat indien hy my die mededeeling gedaan had ik minder bezwaar tegen dit wetsontwerp zou gehad hebben. Maar dit in het voorbijgaan. Wij hebben niet alle jaren een spoorweg van Madioen naar Soerakarta te maken. Het is geen jaarlyksche uitgaaf, zegt de Minister, en dit is zeer gelukkig; maar hy vergete niet dat het aanleggen van spoorwegen op Java tegenwoordig veel begint te hebben van eene chronische kwaal.

la) Mr. J. J. Teding van Berkhout. 16) Jhr. F. A. de Casembroot.

Sluiten