Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met het vervoer dat op de lyn Porong, Sidhoardjo—Soerabaija plaats heeft. Maar het karakter van de lyn is bovendien geheel anders, want van de lyn Soerakarta—Pasoeroean, gaat te Sidhoardjo de weg naar Kediri en Madioen, terwijl verder op, dichter by Pasoeroean, te Bangil, de weg opgaat naar het bergland Malang. Had men toch daar een stoomtram gelegen, dan zouden de goederen van Kediri en Madioen naar Soerabaija bestemd, moeten worden overgeladen te Sidhoardjo en de goederen uit Malang te Bangil dat op 10 palen afstand van Pasoeroean gelegen is mede moeten worden overgeladen. Dat zou geen zin hebben.

Voor de lyn Pasoeroean—Probolinggo heeft men geen goederenvervoer uit de bergen te wachten. En waarom? In de Memorie van Toelichting wordt wel gesproken van het koffievervoer van het Tengergebergte, maar men heeft twee wegen, uit het Tenger-gebergte een van Pasoeroeang—Tengeren, die den weg van Pasoeroean—Probolinggo niet raakt, en de andere uit Probolinggo's Tenger, die op den grooten weg van Probolinggo komt op één paal afstand van die plaats. De koffie uit Tenger zal dus nimmer op den nu voorgestelden spoorweg vervoerd worden. Er is geen breeder en harder weg beter geschikt voor een stoomtram, zonder kunstwerken van eenig belang — de bestaande bruggen zyn voldoende — dan die van Pasoeroean naar Probolinggo. Direct aan den weg ligt buiten, vlak by Probolinggo, eene enkele suikerfabriek, Bayoeman, en koffietransport is er niet te verwachten. Nu komt er nog by dat de eene helft van dien korten afstand gaat naar Pasoeroean en de andere naar Probolinggo. Op de lyn Soerabaija—Pasoeroean heeft men ook de overbrugging van de Perrongrivier en de lage ligging van den weg tusschen Perrong en Bangil die jaarlijks onder water staat.

Nu geloof ik dat men met minder kosten een stoomtramweg zou kunnen aanleggen en exploiteren, waardoor de bevolking en het publiek belang beter zou gebaat zyn.

Natuurlijk is er in deze Kamer aan de zaak niets te doen, maar ik heb gemeend naar aanleiding van het antwoord van de Regering voor volgende lynen de wenschelykheid van den aanleg van stoomtrammen op de groote wegen langs de noordkust van Java in het licht te moeten stellen".

De heer Mr. A. v. Naamen van Eemnes sprak (Handelingen I bl. 66): „Mijnheer de Voorzitter! Ik had gisteren tot myn leedwezen vergeten ook den spoorweg door den laatsten geachten spreker aangehaald, te vermelden onder den nieuwe zaken, die incidenteel op de begrooting gebragt worden. Be geloof dat van deze zaak niet kan gezegd worden, dat zy reeds vroeger, hetzij direct, hetzij indirect is ter sprake gebracht. Een werk dat 2V& millioen gulden kost, is naar myne meening wel waard by afzonderlijk wetsontwerp behandeld te worden.

Sluiten