Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik wensch bij hetgeen de laatste geachte afgevaardigde gezegd heeft nog iets te voegen, namelijk dat mijns inziens de Regering nog volkomen bevoegd is om, wanneer een nader onderzoek mogt doen blijken, dat een stoomtram voor dien ontworpen weg even doelmatig — naar mijne meening doelmatiger — mogt zn'n, in plaats van den thans voorgestelden spoorweg een eenvoudiger en even doelmatig middel van vervoer, een Stoomtramweg te laten maken.

Ik dring er te meer op aan, omdat men in het algemeen, zoowel hier als in Indië nog te weinig — ten minste van de zijde der Regering — de voordeelen van een stoomtram schijnt in te zien. Zij zijn deze, dat het locaal verkeer er veel meer door wordt bevorderd, om de eenvoudige reden dat het ophouden zooveel gemakkelijker is, hetgeen juist het groote bezwaar is bn' gewone spoorwegen. Daar wordt men verhinderd vele halten te maken, omdat het zoo moeijelijk is den trein tot stilstand te brengen. En juist die vele halten zn'n in vele streken voor het locaal verkeer, noodzakelijk. Daartegenover staat geen ander nadeel dan dat er wat minder snelheid verkregen wordt. Dit kan zeker van groot belang zijn bij het afleggen van groote distantien, en bn' transitverkeer. Maar deze redenen kunnen voor Java niet gelden; transitverkeer bezit Java niet, want het is een eiland, en deze spoorweg is bovendien geheel eene locale ln'n. Dan heeft men nog het groote voordeel, dat de kosten van aanleg en exploitatie aanzienlijk minder zn'n en derhalve de financieële voordeelen veel grooter, ook dan nog wanneer men de vracht voor personen en goederen vrij wat lager stelt dan zij nu op de spoorwegen in Indië is. Ik ben zoo vrij nogmaals bij den Minister er op aan te dringen, dat hn', alvorens aan deze zaak uitvoering te geven, eens onderzoeke of de aanleg van een stoomtram niet 'alleen wenscheln'k maar in dit geval ook niet beter is.

Ik ben in het algemeen, de Minister weet dit, een tegenstander van aanleg en exploitatie van Staatswege, maar nu dit eenmaal voor een groot gedeelte van het oostelijk spoorwegnet het geval is, geloof ik, dat het ook beter is, dat de verlengstukken daarvan door den Staat worden aangelegd en geëxploiteerd".

Nadat de zitting voor een kwartieruurs geschorst was geworden verdedigde de heer Mr. W. baron van Goltstein Minister van Koloniën den begrootingspost als volgt (Handelingen I bl. 66): „Naar aanleiding van de opmerkingen van de beide geachte afgevaardigen, zij het mij vergund aan de Kamer en aan die geachte sprekers, waarvan er een gister zoo ernstig het financieel bezwaar deed uitkomen, de vraag te onderwerpen: of het wel geraden zou zn'n, dat de Regering, die, na talrijke pogingen te hebben gedaan om den aanleg van spoorwegen door particulieren op Java te doen plaats hebben, eindelijk tot den aanleg van Staatswege heeft moeten overgaan, nu besloot ook tot den aanleg van stoomtrams? Mij dunkt, wanneer men zich op dien weg begaf, zou men welligt niet zoo spoedig

Sluiten