Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bn' het Voorloopig Verslag van de Begrooting voor 1879 werd opgemerkt :

„Onderafd. 40. Verscheidene leden bleven van gevoelen, dat, voorzoo„ver dit mogelijk ware, aan de exploitatie der Indische Staatsspoorwegen „door particuliere maatschappijen of personen de voorkeur moest worden „gegeven. Men vroeg dus, of van Regeringswege eenige poging is gedaan „om met opzicht tot die exploitatie eene andere voorziening dan dat zij „rechtstreeks van Staatswege plaats heeft, tot stand te brengen".

De Minister antwoordde:

„Onderafd. 40. Nopens de exploitatie der Staatsspoorwegen, met wier „aanleg eerst in dit jaar een begin is gemaakt, zyn door de Regering „nog geene voorzieningen genomen of voorbereid".

Naarmate de lijnen gereed kwamen, werden de personeelformaties uitgebreid onder goedkeuring van den Minister, de jaarverslagen der S. S. maken hier melding van. Nergens wordt echter iets aangetroffen over eene bindende uitspraak van de Wetgevende Macht in deze zeer principieele kwestie. Het ging er mede als met de exploitatie van de ln'n Soerabaia— Pasoeroean—Malang. (zie deel III Hoofdstuk I § 12). De Heer Corver Hooft zei hierover nog in de Tweede Kamerzitting van 24 October 1879 (Handelingen 1879—80. II bl. 255):

„... .Ik wil door den post „„opnemen en ontwerpen van nieuwe „lijnen"" goed te keuren, niet geacht worden mn'ne toestemming te hebben „gegeven om later tot den aanleg van nieuwe lijnen over te gaan. Ik vrees „toch, dat het zou kunnen gebeuren dat over 2 of 3 jaar op de begrooting „eene post gesteld werd om eene lijn Tjilatjap—Djokjokarta aan te leg„gen, en dat men alsdan zou zeggen: De Kamer heeft reeds beslist, dat die „ljjn gemaakt zou worden, toen zn' den post goedkeurde voor de opmeting „en het ontwerpen. Men handelt thans ongeveer op dezelfde wijze als „ met de exploitatie van de spoorwegen door den Staat. Het zou kunnen „gebeuren dat over 2 of 3 jaren deze Minister van Koloniën of een andere „ongeveer op deze wijze zou redeneeren: „„Ten onrechte wordt beweerd, „,,dat er nog nooit eene beslissing aan de Vertegenwoordiging is gevraagd „„of door haar genomen omtrent den aanleg van den spoorweg Tjilatjap— „„Djokjokarta.

„„In den uitgewerkten en toelichtenden staat behoorende bn' de be„„grooting voor het Dienstjaar 1880 werd een afzonderlijke post van ,„ƒ 41400.— uitgetrokken voor de voorbereiding van den aanleg van dien „„spoorweg. Daardoor werd der Kamer de gelegenheid gegeven om zich „„te verklaren over de vraag of zn' al of niet met de Regering van oordeel „„was, dat de aanleg zou moeten geschieden door den Staat. De post werd „„zonder bezwaar goedgekeurd en van toen af kon de Regering de zaak „„als beslist beschouwen"".

Sluiten