Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk II.

DE PASSOEROEAN STOOMTRAM MAATSCHAPPIJ (Ps. S. M.)

§ 1* De Voorgeschiedenis en hef tijdperk van aanleg.

Na de mislukte pogingen van de heeren G. J. Eschauzier en B. A. de Quay om een trekspoorbaan van Pasoeroean naar de binnenlandsche pakhuizen aan te leggen, welke pogingen later de heeren A. Frasser S. van Hulsteyn en de firma's Maclaine Watson en P. Landberg en Zoon inspireerden om een spoorwegverbinding van Pasoeroean naar Malang aan te vragen, werd het Üzerenwegenvraagstuk in de residentie Pasoeroean weder actueel door de concessieaanvraag in 1873 van de heeren A. baron Sloet van Oldruitenborgh en W. Ruys Wzn., die van den heer D. Maarschalk, alsmede die van den heer M. J. van Bosse. !)

Nadat de aanleg van de lnn Soerabaia—Pasoeroean—Malang bij de wet van 6 April 1875 (Ind. Stbl. No. 141) voor rekening van den Staat gelast was en op de Indische Begrooting voor 1882 gelden uitgetrokken waren voor aanleg van staatswege van de lnn Pasoeroean—Probolinggo, 2) herleefde de belangstelling van de concessieaanvragen in de traminnen om en bij Pasoeroean.

Reeds in 1882 werden vergunningen aangevraagd voor stoomtramwegen m de residentie Pasoeroean. Het Koloniaal Verslag over 1885 maakt melding van aanvragen van den heer A. A. W. Brewer in den loop van 1882, welke tot het verleenen van vergunningen tot tramaanleg leidden (G. B. van 15 April 1882 No. 3 en 12 Nov. 1882 No. 5), doch welke den 14den April 1884 kwamen te vervallen. Naar aanleiding van de nieuwe

M $ °7er al deze aanvragen, zie Indüehe Spoorwegpolitiek deel III Hoofdstuk I SS 10 en 12.

rwAuï^tr? sVaf„6 AprU 1875 (StR 141) 2ie Indüche Spoorwegpolitiek deel III Hoofdstuk I § 12 e.v., over de lijn Pasoeroean-Probolinggo (wet van 11 December 1881) idem, deel IV Hoofdstuk I § 4 bl. 135 e.v.

Vermelding verdient nog, dat de heeren Mr. P. Brooshooft en E. Pabius dd 9 Jum 1881 en 22 Febr. 1882 concessie aangevraagd hadden voor een tram van Pasoeroean over Probolinggo, Kraksaan, Besoeki naar Panaroekan. Nadat bn GB van 17 Juni 1882 No. 16 geantwoord was, dat aanvragers onder overlegging van de noodige bescheiden op hun verzoek konden terugkomen, trokken zij dit in om echter m vereemging met den heer W. F. van Rijckevorsel dd. 18 Nov. 1882 een tram aan te vragen van Probolinggo Oostwaarts tot Phaiton met zijtak naar Kali Boentoe en Westwaarts tot de suikerfabriek „Oemboel" met zijtakken voor vast en draagbaar spoor langs de binnenwegen. Op grond van technische en andere bezwaren werd dit

2 * T,v ? tK *" 28 Aprfl 1883 N°- 27 afgCWezen <™ Indis^e Spoorwegpolitiek deel V Hoofdstuk I § 1 noot 2.

12

Sluiten