Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepalingen omtrent stoomtramwegen (Ind. Stbl. 1885 No. 113 en 114) werd by G. B. van 30 Sept. 1885 No. aan denzelfden heer Brewer weder eene nieuwe vergunning verleend. De tramlijn zou van het S.S. station te Pasoeroean langs eenige suikerfabrieken naar Banjoebiroe loopen met een zijtak van Gading naar de> S. S. halte Redjasa.

De aanvaardingstermijn werd bij G. B. van 18 Nov. 1886 No. l|c met 1 jaar verlengd. Wegens niet tijdige aanvaarding kwam de vergunning echter het volgende jaar te vervallen.

Ongeveer gelijktijdig vroegen de heeren G. J. Ch. van Vollenhoven en P. Cheriex prioriteit aan voor een tramlijn van Waroengdowo naar Prottong. Met het oog op de overstelpende hoeveelheden aanvragen om prioriteit werd echter in April 1884 door de Regeering besloten prioriteiten voor tramwegen niet meer te verleenen. Bij besluit van 23 Juni 1885 No. l|c werd daarop de vergunning tot den aanleg en de exploitatie verleend, mits de lijn van Prottong 3 K.M. verder tot de S.S. halte Sengon aan de lijn Bangil—Malang werd doorgetrokken.

Wegens niet tijdige aanvaarding kwam de vergunning evenwel het volgende jaar te vervallen.

Er verliepen eenige jaren en het was pas den 13en December 1890, dat de heer J. A. Boulet een aanvraag indiende voor vergunning tot aanleg en exploitatie van een tramlijn van Pasoeroean over Warongdowo naar Pandaan met zijtakken van Warongdowo over Gondangwetan en Talang naar Banjoebiroe en van Gondangwetan naar Pasrepan.

Bij G.B. van 26 Maart 1891 No. 1 werd deze vergunning verleend. Hoewel in verband met een bij G.B. van 13 Aug. 1890 No. 7 aan Jhr. E. A. Dibbets verleende (later aan Mr. D. Mouniér 3) overgedragen) vergunning tot aanleg van een tramlijn van Kalianjar over Bangil, Pandaan en Melikan naar Modjosari eene met de S.S. concurreerende lijn zou tot stand komen, (de afstand Sengon—Pandaan—Gempol bedroeg 25 K.M., die van Sengon—Bangil—Gempol via S.S. 33 KM.) werd toch aan den aanvrager de verplichting opgelegd om den tramweg te Pasoeroean en te Sengon of Soekoredjo ter keuze, in aansluiting met de S.S. te brengen. Evenwel kwam de hierboven genoemde vergunning Dibbets—Mounier in Aug. 1892 wegens niet tijdige aanvaarding te vervallen 4). Even te voren bij G.B. van 30 Maart 1892 No. 2, werd niet alleen uitstel voor de aanvaarding van de aan den heer Boulet verleende vergunning verleend, doch werd tevens goedgekeurd dat deze vergunning aan Mr. Mounier werd overgedragen.

3) Zie Indische Spoorwegpolitiek deel II Hoofdstuk III § 1 en deel VI Hoofdstuk

III § 1. .

4) Een in Nov. 1892 door den heer E. H. Carpentier Alting aangevraagde vergunning voor ongeveer dezelfde lijn .werd bij G.B. van 17 Maart 1893 No. 28 afgewezen.

Sluiten