Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„der maatschappij, die z. i. de basis moeten vormen van elke reorganisatie. Een groote schuldenlast acht hij met het oog op weg en werken voor „obligatiehouders gevaarlijk. Slechts door behoorlijke jaarln'ksche al'-s „schrijvingen bij een niet overbezwaarde maatschappij kan den obligatiehouders de zekerheid van een geregelde rentebetaling worden verschaft."

Verder deelde de commissie het volgende mede:

„Gaarne zou zn' een plaatselijk onderzoek laten instellen. Er is echter „ƒ 5000 mede gemoeid en, afgezien van de vraag, of die uitgaaf door het „doel gerechtvaardigd wordt, heeft de commissie niet het recht over een „dergelijke som te beschikken." *)

Daartoe aangezocht had ook de heer Wijss, de waarde van de Pasoeroeantram geschat. Hn' schreef den 17den November:

„Ingevolge uw verzoek deel ik u mede, dat volgens mijn schatting „de Pasoeroean Stoomtram met rails van 16.6 K.G. en rollend materieel, „zooals nu aanwezig is, voor plm. ƒ 900.000 kan gebouwd worden."

De commissie vervolgde:

„Een tram, die men voor acht of negen ton gouds kan bouwen en „uitrusten, mag men met een bedrag van een millioen aan aandeelen plus „een millioen aan schuldbrieven nogal heel ruim gekapitaliseerd rekenen.

„Al raamt men, afgaande op art. 5 der statuten, dat voor concessie „ƒ 100,000 is betaald, ook dan nog is men ver verwijderd van het deftige „cijfer ƒ 1.732.438.96y2, dat op de laatste balans (op vroegere balansen „was het nog hooger) voor den post „„Concessie en trambaan met toebe„hooren"" zulk een flink figuur maakt. Om den voorspoedigen groei er „van te begrijpen, moet men zich verdiepen in het directeurschap-Verhoop, toen aan de aandeelhouders jaarlijks de schoonste verwachtingen „benevens vier percent in echt zilver werden uitgekeerd.

„De eerste opmerkelijke aanwas vindt men op de balans van 1898. „Het cijfer bedroeg toen ƒ 354.670.57; het was ruim ƒ 96.000 meer dan „in het voorafgaand jaar. Dit wordt in hoofdzaak verklaard door de volgende posten: emissiekosten op de aandeelen serie B ƒ 25.000, disagio „op de obligatieleening van 1898 ƒ 40.000; bonificatie ter wille dierzelfde „leening ƒ 15.000.

„De tweede opmerkelijke aanwas van ƒ 386.959.06^ in 1899 tot „ƒ 1.897.136.62i/2 in 1900 is meer samengesteld. Zn" wordt in hoofdzaak „verklaard door de volgende groote posten, die hier in afgeronde cijfers „worden vermeld: betaald aan de Ind. Industriebank in 1898 ƒ 335.000; „idem in 1899 ƒ 328.000; schuld aan de Ind. Industriebank ƒ 362.000; „idem aan de Probolingo ƒ 112.000; bonificatie aan Hartsinck & Co. „voor de aandeelen serie C. ƒ 125.000; bonificatie aan H. Edersheim voor „de aandeelen serie D ƒ 125.000.

1) Er is later besloten, dat de heer Bakker toch naar Java zou gaan.

Sluiten