Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De toenmalige Gouverneur-Generaal Mr. P. Myer antwoordde op dezen brief, welke niet gesteld was met het oog op de naleving van het Algemeen Reglement op de Spoorwegdiensten, ontkennend en verzocht dd. 10 September 1870 No. 1145|18 om uitzending en ter beschikkingstelling van den hoogleeraar N. H. Henket 8) ten einde in de betrekking van Hoofdinspecteur der spoorwegdiensten belast te worden met de behandeling en leiding der spoorwegaangelegenheden in Nederlandsch-Indië.

Toen de Directeur der B. O. W. vroeg om den eerstaanwezend ingenieur te Batavia te ontheffen van de functien van inspecteur in noot 7 vermeld en daarmede te belasten een ambtenaar op nonactiviteit, vroeg de nieuw opgetreden Gouverneur-Generaal Mr. J. Loudon bij depêche van 18 Januari 1872 No. 76|8 eene beschikking op het voorstel van 10 Sept. 1870.

Tevoren had de heer Mn'er zyn voorstel in herinnering gebracht (brief van 19 Januari 1871 No. 616|6), toen de eerstaanwezende hoofdingenieur der B. O. W. te Semarang, verklaard had niet by' machte te zyn het hem opgedragen toezicht op de exploitatie naar behooren uit te oefenen.

De Minister van Staat, Minister van Koloniën Mr. P. P. van Bosse antwoordde hierop by' depêche van 19 Maart 1872 Lr. Aaz No. 12|431.

Edoch de indiening der wetsontwerpen-van Bosse 9)| brachten het spoorwegvraagstuk in een geheel nieuw stadium, de heer van Bosse schreef: „.... en ik kan niet geloven dat Uwe Excenllentie thans nog een „hoofdinspecteur uit Nederland te ontbieden, in dienst zou willen „stellen".

De heer van Bosse vervolgde in bovengenoemden brief van 19 Maart 1872:

„Het komt mij voor, dat het toezigt op de exploitatie der beide gedoemde Innen (Samarang—Vorstenlanden en Batavia—Buitenzorg) zoo „het al niet langer kan bly'ven opgedragen aan de ingenieurs der Openbare „Werken, zeer wel uitgeoefend kan worden door een minder uitgebreid „personeel dan in 1865 en 1866 werd noodig geacht, en dat aan de eischen „der dienst volkomen kan worden voldaan door een inspecteur by iedere „ly'n ofi wel een inspecteur by de eene, een adjunct-inspecteur by de an„dere ly'n, voor zooveel noodig bijgestaan door opzieners.

8) De heer Henket had behoord tot de commissie tot de Vervoermiddelen (zie Indische Spoorwegpólitiek deel II hoofdstuk IV § 3) daarna was hij overgegaan bij den aanlegdienst der N. L S. M.; teruggekeerd in Nederland stelde hij samen met den heer Kool het rapport inzake de wenschelyke spoorwijdte der Indische ijzeren wegen op (Indische Spoorwegpólitiek deel I hoofdstuk I § I en deel III hoofdstuk I § 9).

9) Zie Indische Spoorwegpólitiek deel I Hoofdstuk I § 1 en Hoofdstuk II § 1 alsmede deel III Hoofdstuk I § 9,

Sluiten