Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hier is n.1. de vraag aanhangig of het toezigt op de spoorwegen „wel duurzaam moet blijven behooren, tot de functiën van den bestuurder „der staatsspoorwegen, doch in overeenstemming met den Raad van N. I. „heb ik geoordeeld, dat de vaststelling van het zeer noodige nieuw Algemeen Reglement op eene beslissing te dien aanzien niet behoefde te „wachten."

In verband met het uitstel welke de invoering van het A. R. L onderging, werden de bijzondere voorschriften mede voorloopig opgeschort en dus ook de wijziging der Instructie van den Inspecteur-Generaal uitgesteld.

De bezwaren van de N. I. S. M. zoowel in Indië als in Nederland ingebracht tegen het A. R. I. (zie ook bl. 10 van het jaarverslag der N. I. S. M. pro 1883) leidden tot een uitvoerige gedachten wisseling.

De Minister Sprenger van Eyk gaf te kennen (depêche van 10 Nov. 1884 Lett. As No. 39|2448) dat hn' het niet eens was met de beschouwingen van den heer Derx inzake aansluitende secundaire lijnen: Zijne Excellentie achtte het onnoodig dat de zijlijnen geschikt moesten zijn om door S.S. materieel bereden te worden en evenmin noodig, dat het materieel der particuliere lijnen op de S.S. konde overgaan. Overigens werd verwezen naar een tweetal rapporten van den Raad van Toezicht in Nederland, ingevolge 's Ministers verzoek opgemaakt en naar de bezwaren van de N. I. S. M. tegen de concessievoorwaarden van de lijnen Djokjo— Tjilatjap, Batavia.—Bekassie en Soerabaja—Poerwodadi—Semarang, waarop de Maatschappij o. a. om de bezwarende voorwaarde, haar recht van voorkeur niet wilde laten gelden (zie jaarverslag N. I. S. M. 1883 bl. 9 en brief van den Raad van Beheer van 24 September 1884 No. 826).

Den 21 Febr. 1885 (brief No. 1030) diende de heer Derx van consideratiën en advies; de Inspecteur Generaal stelde voor een afzonderlijk Algemeen Reglement voor de secundaire spoorwegen op te maken, het oude A. R. I. in te trekken en een nieuw uit te geven.

De nieuwe Directeur der B. O. W. de heer H. L. Janssen van Raay kon zich met de algemeene beschouwingen van den heer Derx wel vereenigen, doch had bezwaren tegen de groote uitbreiding van macht, welke het nieuwe reglement aan den Inspecteur-Generaal zou geven. Na eene opsomming van enkele punten waaruit die uitbreiding zou binken, schreef de Directeur: „Intusschen is het naar mijne overtuiging in N. I. „nog meer dan in Nederland noodzakelijk dat de bevoegdheid tot al het „vorengenoemde aan de Regeering verbln've, omdat de Inspecteur-Generaal tevens de Chef van den Dienst der S.S. en dus ook bestuurder van „een spoorwegdienst is, tengevolge waarvan hij ten aanzien van andere „ondernemingen nimmer het onpartijdige en onbevooroordeelde standpunt kan innemen waarop in Nederland de Raad van toezicht staat.

„Het is dan ook zeer te vreezen, dat na de invoering vdn het Regle„ment, de verhouding tusschen het toezicht en de bestuurders van de

Sluiten