Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„den dienst". De heer Derx betoogde daarop uitvoerig in welke moeilijke positie hij tegenover het publiek en het personeel zou komen.

Ten slotte gaf de heer Derx den Landvoogd op grond van het vorenstaande in overweging in elk geval de reorganisatie uit te stellen tot het tijdstip, waarop hij zjjn betrekking zou nederleggen of de Regeering op andere wijze over zijne diensten zou willen beschikken.

In zn'n brief van 5den April 1887 No 28|D geh. refereerde de heer Janssen van Raay naar zjjn kantteekeningen op de Nota-Derx. Voorts deelde hij nog mede:-„Mijn hoofdbezwaar tegen de bestaande organisatie „is, (daarentegen) dat zij elk inzicht in den gang van zaken bij den Dienst „der S.S., buiten het weinige dat de Chef goedvindt daarvan mede te „deelen, onmogelijk maakt en de Departementschef daardoor niet in staat „is over de spoorwegzaken naar eisch advies uit te brengen, terwijl herhaaldelijk gebleken is, dat op de voorstellingen van den Dienstchef niet „onvoorwaardelijk kan worden afgegaan".

De Directeur der B. O. W. kon geen termen vinden om wijziging in zijn voorstellen te brengen, integendeel hij meende dat de reorganisatie in het algemeen belang dringend noodzakelijk en dat het tijdstip voor invoering thans het meest gunstig was.

De Raad van Indië stelde zich in zijn advies van 22 April 1887 No. XI op het standpunt dat de thans voorgestelde reorganisatie bij het aftreden van den heer Maarschalk had moeten geschieden. Nu dat niet gebeurd was, stelde de Raad zich de vraag of niet wenschelijk zou zijn den tegenwoordigen toestand ten behoeve van den heer Derx te handhaven. „Na „ernstige overweging van de zaak niet het minst van de financieele znde, „is de Raad tot eene bevestigende beantwoording dezer vraag gekomen".

Nadere voorstellen werden noodig geacht.

De Raadsleden L. J. J. Michielsen en A. Pruys van der Hoeven waren het met de beschouwingen van de meerderheid niet eens. In den strijd van den heer Derx zagen zij slechts een strijd voor zijn zelfstandige positie, de aangevoerde motieven konden h.i. niet opwegen tegen die van den Directeur der B. O. W. In overeenstemming hiermede werd geadviseerd te beschikken overeenkomstig diens voorstellen, aan den heer Derx zou den persoonlijken titel van Inspecteur-Generaal gelaten kunnen worden.

Met deze zienswijze kon de Gouverneur-Generaal instemmen „Halve „maatregelen in den zin van 's Raads advies", aldus de heer van Rees ,,kunnen de zaak niet tot haar recht doen komen. De deur moet open „of dicht zijn".

Den 26en Mei 1887 werd de Minister van Koloniën J. P. Sprenger Van Eyk bij geheimen Indischen brief Lett. C No. 12|1 geheel ingelicht en werden hem de noodige voorstellen gedaan.

Bij ministerieele depêche van 20 December 1887 Lett. A3 No. 35|2160 gaf de Minister te kennen dat bn' het ontwerp der Indische Begrooting reeds op de geldelijke gevolgen der reorganisatie gerekend was en dat

Sluiten