Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 2. Hef tijdperk van 1888 fof heden.

Van de reorganisatie van 1888, waartoe de regeling van het toezicht op de particuliere spoorwegen de naaste aanleiding was geweest en die in het verdere stadium ten doel hadden om de verhouding van den Dienst der S.S. en het Departement der B. O. W. „in overeenstemming te bren„gen met de beginselen, welke aan de hier te lande geldende staatsinstellingen ten grondslag strekken en om in het spoorwegbeheer eene belangrijke bezuiniging en vereenvoudiging te brengen" (woorden van den Gouverneur-Generaal van Rees tot Minister Sprenger van Eyk), beleefde de Regeering weinig pleizier.

Hoe kon het ook anders?

Men had niet overwogen hoe het beheer van het bedrijf beter georganiseerd kon worden, doch slechts hoe het kon samengeperst worden om een betrekkelijk luttel bedrag te bezuinigen.

De waarschuwingen van den heer Derx werden in den wind geslagen, in diens betoog zag men slechts strijd voor persoonlijke belangen; men wilde niet inzien, dat, zooals de heer Derx aangegeven had, de wijziging in de regeling van het toezicht, slechts een verplaatsing der moeilijkheid was en dat een bedrijf een deskundige bedrijfsleider aan het hoofd moest hebben.

Niemand zocht een oplossing in de richting van decentralisatie, waarbij de S.S. losgemaakt zou worden van het Departement der B. O. W., waarbij de bureaucratische bezwaren van den heer Janssen van Raay evengoed opgeheven zouden zijn geworden. Al geeft men toe dat de voorgenomen staking van de aanlegwerkzaamheden en de onderhandelingen over den verkoop of het in exploitatiégevert der S.S. aan particulieren hiertoe medewerkte, en dat het verklaarbaar is dat men om die reden niet op het zelfstandig verklaren van den S.S.dienst aandrong, dan is dit nog geen rechtvaardiging van het feit dat men den bestaanden toestand niet handhaafde tot bij tijd en wn'le eene beslissing in die brandende kwestie verkregen zou zijn. Zooals de Raad van Indië te kennen gaf: haast om te wijzigen was er niet. Hadde men den heer Derx de ongemotiveerde terugstelling bespaard en gewacht op zijn aftreden, dan zou men op dat moment de zaak ongetwijfeld van uit een geheel ander gezichtspunt bezien hebben.

Doch hoe het zij, de Staatsspoorwegen werden van een krachtig geleide dienst teruggebracht tot een slappe organisatie. In zijn brief van 25 Februari 1916 No. 236 schreef de toenmalige Hoofdinspecteur der

Sluiten