Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Voorloopig kan deze dienst, hoewel de noodzakelijkheid van ge„leidelijke uitbreiding ook daarin te voorzien is, op den bestaanden voet „worden voortgezet en zal de reorganisatie gelijktijdig met die van het „plan I kunnen worden voorbereid.

„De bn' uitvoering van laatstbedoeld plan nog noodige afdeeling aan „het Departement zoude, in verband met het vorenstaande, dus dienen „belast te blijven met de behandeling der concessies en met het toezicht „op de spoorwegdiensten en het stoomwezen.

„In niet zeer ver verwijderde toekomst zal dit toezicht ook tot de „tramwegen met mechanische beweegkracht en tot de in fabrieken enz. „te nemen maatregelen voor de veiligheid van personen en goederen uitgestrekt dienen te worden.

„De afdeeling zoude onder een Hoofdingenieur-werktuigkundige als „chef, gesteld dienen te worden met toevoeging van een spoorweg-inge„nieur voor het behandelen van concessie-aanvragen, algemeene spoorwegaangelegenheden, enz.

„De overeenkomsten met particuliere spoor- en tramwegen kunnen „bh' de directie der Staatsspoorwegen worden opgemaakt en behandeld".

Het is bekend, dat naar aanleiding van de Indische adviezen de Minister van Koloniën A. W. F. Idenburg, die eind 1902 Jhr. Mr. T. A. J. van Asch van Wn'ck opgevolgd was, bn' missive dd. 28 Mei 1903 Lett. A3 No. 81 de heeren G. A. A. Middelberg, R. van Hasselt, J. L. Cluysenaer en J. Th. Gerlings uitnoodigde terzake van inlichtingen te willen dienen.

Naar aanleiding van het toezicht schreef de heer Middelberg:

„Niet alleen is het mijns inziens wenschelijk, dat de afdeelingen „Aanleg en Exploitatie een geheel uitmaken, opdat bouw en gebruik „streng volgens dezelfde beginselen werken, maar de bouw van geconces„sioneerde lijnen en het toezicht op de exploitatie der particuliere spoorwegen moet deel uitmaken van het bestuur der Staatsspoorwegen.

„De mogelijkheid dat een gevoel van naijver of bevooroordeeling bjj „het toezicht hebbend bestuur de ontwikkeling der particuliere spoor- en „tramwegen zou kunnen belemmeren, mag niet opwegen tegen het landsbelang, dat eischt dat alle spoorwegen, Staats- en particuliere, één geheel „moeten vormen ten bate der Kolonie en dat dit belang zeer bevorderd „wordt, wanneer alle spoor- en tramwegen volgens dezelfde beginselen „worden beheerd en er gelijkvormigheid verkregen is voor zoover het de „tarieven, klassificatie, de bepalingen voor het publiek en het goederenvervoer, en ook de veiligheidsdienst en het rollend materieel betreft.

„Dit beginsel mag, mijns inziens, nooit uit het oog verloren worden.

„Of eenmaal alle spoorwegen en misschien ook stoomtramwegen werkelijk tot één organisatie zullen behooren of wel dat verschillende ondernemingen naast elkander zullen blijven bestaan, de spoor- en tramwegen „op Java moeten voor den reiziger en den verzender evenzoo één lichaam „worden als het postverkeer over geheel Europa één geheel gewórden is.

17

Sluiten