Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„inspecteur „zich meer mondeling met de verschillende dienstchefs in verbinding moet stellen" hetgeen bij de bestaande organisatie niet wel an„ders mogelijk was. Terecht wees de heer Schaafsma in de nota van 4 Mei 1906, welke zijn ontslagaanvraag vergezellende was, op het onbillijke dezer verwijten aan zijn adres, overigens erkennende dat de toestand inderdaad was zooals zij door de Regeering geschetst was.

Den 29 Juni 1906 diende daarop de inmiddels tot Hoofdinspecteur der SS benoemde heer H. F. van Stipriaan Luiscius de lang voorbereide eerste voorstellen in, welke tot een betere organisatie der S. S. zouden leiden. Onder verwijzing naar zijn Nota van 1 Maart tevoren betoogdde heer van Stipriaan dat de personeelbezetting op zijn bureau thans van dien aard was dat hij de reorganisatie van den dienst kon voorbereiden „Hem (d. w. den Hoofdinspecteur der S. S.) ontbreken daartoe thans „alleen nog de noodige bevoegdheid en onafhankelijkheid, welke absoluut vereischt worden om vorenbedoelde taak te kunnen volvoeren". In overweging werd daarom gegeven een gewijzigde Instructie voor den Hoofdinspecteur der Spoorwegdiensten en van het Stoomwezen vast te stellen waarvan de artt. 1 en 2 luidden:

„Art. 1. De Hoofdinspecteur der Spoorwegdiensten en van het „Stoomwezen is Chef van den dienst der Staatsspoorwegen op Java en „van de afdeeling „„spoor- en tramwegen en stoomwezen"" van het Departement der Burgerlijke Openbare Werken.

„Art. 2. Als Chef van den dienst der Staatsspoorwegen op Java is „hij met de algemeene leiding van de opnemingen voor en den aanleg, „de uitrusting en de exploitatie van die spoorwegen belast terwijl hij in „zijne functie van Chef der Afdeeling „„spoor- en tramwegen en stoomwezen"" is de adviseur van den Directeur der Burgerlijke Openbare „Werken.

,De Chefs der Exploitatie van de Ooster- en Westerlijnen blh'ven in „den zm bedoeld by art. 1 van de Algemeene Spoorwegreglementen, de „bestuurders van de spoorwegdiensten".

De heer A. P. Melchior, toenmalig Directeur der B. O. W., steunde in zyn brief van 7 Augustus 1906 No 12122iD dit voorstel en voegde er aan toe, dat art. 1 van het besluit van 18 Febr. 1888 No. 1, waarbij de opheffing van de SS als afzonderlijk dienstvak was afgekondigd, zou moeten worden ingetrokken.

De Raad van Indië (advies van 21 Sept. 1906 No. IX) stemde hiermede m. Het gevolg was, dat by sub 1 van het G.B. van 25 September 1906 No. 41 (Stbl. 416) „de dienst der Staatsspoorwegen op Java" als zelfstandigen dienst m eere hersteld werd als onderdeel van het Departement der

4a) Over den heer van Stipriaan Luiscius zie het artikel van den heer F B H Asselbergs m de October-aflevering van den jaargang 1913 van het Indisch Tijdschrift voor spoor- en tramwegwezen.

Sluiten