Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„slechts numerieke uitbreiding, geen organieke wijziging vordert om aan „hoogere eischen te voldoen.

Ad art. 21. „De wijziging komt overeen met die, voorgesteld in artikel 27 van het algemeen spoorwegreglement.

„Naar de daar gegeven toelichting moge worden verwezen.

Ad art. 22. „Nu het toezicht in hoofdzaak op gelijksoortige wijze „geregeld is als by de spoorwegen, is het wenschelyk ook de in dit „artikel toegekende bevoegdheden op gely'ke wijze te omschrijven als voor „het algemeen reglement is voorgesteld (vergelijk de tóelichting op art. „28). Slechts wordt het wenschelyk geacht te zorgen, dat de Hoofden van „gewestelijk bestuur, als zy'nde mede met het algemeen toezicht belast, „kennis dragen van de gegeven bevelen en lastgevingen, tot welk. einde „aan de 2de alinea een zin is toegevoegd".

Aangaande de intrekking der bepalingen op staatstramwegen (Staatsbladen 1907 No. 352 en 1908 No. 335) was in de Memorie van Toelichting geschreven:

„Binken het rapport van Hoofdinspecteur voor het toezicht op de „spoorwegdiensten en het stoomwezen, Chef van den dienst der Staatsspoorwegen op Java van 14 Maart 1907 No. 2 en zijne missive van 28 „Juni d. a. v. No. 2534|H is de eenige overweging, die tot het ontwerpen „der in bovengenoemde Staatsbladen opgenomen bepalingen heeft geleid, „deze, dat het wenschelyk is het toezicht op de Staatstramwegen te doen „uitoefenen door of namens den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken.

„Wordt derhalve overeenkomstig de hiérbesproken voorstellen het toedicht op alle tramwegen in hoofdzaak toevertrouwd aan den Hoofdinspec„teur der spoor- en tramwegdiensten en den hoofdingenieur van het stoomwezen, bijgestaan door spoorwegopzieners en ingenieurs en opzichters „van het stoomwezen, dan is reeds door de algemeene regeling aan den ge„stelden eisch voldaan en kunnen dus de bijzondere bepalingen betreffende „de staatstramwegen vervallen.

„Dat daarnevens eenig algemeen toezicht wordt toegekend aan de „Hoofden van gewestelijk bestuur levert geen bezwaar op, omdat ook „thans in verschillende aangelegenheden die hoofdambtenaren, ook ten „aanzien van Staatstramwegen, met controleerende bevoegdheden bekleed „zyn en hun juist in aansluiting daaraan eenig recht van toezicht wordt „gelaten.

,Het is dan ook te verwachten dat zulks, evenmin als tot dusverre tot „wrijving of moeilijkheden zal leiden."

Eindelijk worde hier nog vermeld de in de Memorie voorkomende. Toelichting art. 2 van het ontwerp-besult n.1. op de Regeling van het toezicht op den aanleg van particuliere .spoorwegen. ■

„Aanvankelijk was het toezicht op den aanleg en de exploitatie van „spoorwegen in eene hand en berustte by den Inspecteur-Generaal, Chef

ï

Sluiten