Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ëft art. 1 van dat besluit werd eene ordonnantie (Stbl. No. 321) vastgesteld houdende de noodige wijziging van de over het toezicht handelende hoofdstukken uit de Algemeene Spoor- en Tramwegreglementen (Stbln. 1895 No. 300, 1902 No. 218, 1905 No. 516 en 1915 No. 629 zie bijlage XXXV); bij art. 2 was eene „Regeling" van den dienst vastgesteld (staatsbl. No. 322 zie bijlage XXXVI); art. 3 bevatte de buitenwerkingstelling van eenige algemeene bepalingen, welke in verband met den nieuwen dienst niet gehandhaafd konden worden, terwijl art. 4 de vaststelling inhield van de Instructie voor het Hoofd van den dienst (zie Bnbl. No. 8833 bijlage XXXVII).

De thans bestaande regeling komt daarop neer, dat het algemeen en dagelijksch toezicht op den aanleg en de exploitatie van de spoor- en tramwegen, zooals dat ingevolge de vorenbedoelde wijzigingen van de desbetreffende Algemeene Reglementen geregeld is, onder de bevelen van den Directeur van Gouvernements Bedrijven, uitgeoefend wordt door den dienst van het toezicht overeenkomstig de bovenvermelde voor den dienst vastgestelde „Regeling". Het toezicht op de stoomketels der locomotieven wordt uitgeoefend door den dienst van het stoomwezen, terwijl de uitoefening van het toezicht op de middelen tot het verleenen van hulp en het vervoer van gekwetsten is opgedragen aan daartoe door den GouverneurGeneraal aan te wn'zen ambtenaren van den burgerlijken geneeskundigen dienst (vergelijk dienaangaande het Gouv. besl. van 2 Januari 1914 No 43. Bijbl. No. 7987).

De formatie van den dienst van het toezicht en de bezoldigingen van het daartoe behoorende personeel zijn in meergenoemde „Regeling" omschreven, terwn'1 daarbij de indeeling in afdeelingen en onderafdeelingen, en de vaststelling van den werkkring der onder het Hoofd van den dienst werkzame ambtenaren, aan dezen hoofdambtenaar, onder goedkeuring van den Directeur van Gouvernements Bedrijven, is opgedragen.

Op grond daarvan zyn voor de uitoefening van het algemeen en dagelijksch toezicht drie in speet ieaf deelingen ingesteld, te weten: o. de afdeeling West- en Midden-Ja va;

b. de afdeeling Oost-Java en Madoera;

c. de afdeeling Buitenbezittingen.

Aan het hoofd van elke afdeeling staat een hoofdingenieur met onderscheidenlijk Semarang, Soerabaia en Batavia als standplaats.

Deze afdeelingen zn'n, voor zooveel noodig, ja onderafdeelingen gesplitst, aan het hoofd waarvan onderafdeelingshoofden zn'n geplaatst.

Tot den werkkring van hoofd der Inspectie-afdeeling West- en Midden-Java behoort het toezicht op de spoor- en tramwegen der Ned.-Indische Spoorweg. Mij en op de tramlijnen der Semarang—Cheribon, Sa-

19

Sluiten