Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch indien ik het apparaat van het Frederik-Muller-Fonds mocht gebruiken als basis voor den Centralen Catalogus, en indien derhalve de catalogus van het Fonds mocht aangevuld worden met titel-fichtes van andere boeken, dan meende ik dat er aanleiding was om te trachten tot een overeenkomst te geraken, waarbij beide partijen gebaat zouden zijn. Zij zijn het, ik constateer het met voldoening, zeer spoedig eens geworden.

Doch voor de inrichting van den Centralen Catalogus was ook nog de medewerking van andere bibliothecarissen noodig, allei eerst van die der 5 Universiteits-Bibliotheken; aan hun bereidwilligheid mocht ik niet twijfelen, doch de mogelijkheid bestond dat zij niet meer in staat zouden zijn de titelbladen of kolommen, zooals ik ze gemakshalve zal blijven noemen, voor het doel af te staan. Maar nadat ik hiervan de verzekering had gekregen, en de belofte ook in de toekomst de kolommen der aanwinsten geregeld tjoe te zenden, heb ik Zijne Excellentie den Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen verzocht mij te machtigen een contract mét het Frederik-Muller-Fonds aan te gaan en mij op te dragen op de Koninklijke Bibliotheek een Centralen Catalogus in te richten. Die machtiging en die opdracht zijn gekomen, het contract is geteekend en het apparaat is begin April overgebracht. De heer van Stockum zal nu op de Koninklijke Bibliotheek, waar een vertrek voor den Centralen Catalogus is ingericht, zijn werk voort zetten, en de fiches, die door het Frederik-Muller-Fonds verstrekt zijn en nog zullen worden, krijgen een stempel, waardoor het, indien een der partijen het bruikleen wenscht te beëindigen, mogelijk is het Fonds zijn fiches weer terug te geven; ik maak me echter niet bezorgd, dat het ooit daartoe zal komen. De Koninklijke Bibliotheek harerzijds zal het materiaal, dat nog niet door den heer van Stockum bewerkt is, laten uitknippen en opplakken. Maar ook zal zij van de kolommen, die de heer van Stockum bewerkt heeft, en waarvan hij dus enkel de titels van Nederlandsche boeken vóór 1800 opgenomen heeft, de overige titels opnemen. Amsterdam heeft gelukkig de kolommen, waaruit de titels zijn geknipt, be-

Sluiten