Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormen in eere houden, terwijl hij overigens de leeringen van Luther als de ware erkende.

Deze dubbelzinnigheid, ook elders aan sommige Duitsche hoven op te merken in een tijd, waarin nog de hereeniging tusschen de beide kerkelijke gezindheden op allerlei wijzen tot de mogelijkheden scheen te behooren, heerschte nog steeds in zijn optreden, toen hem op Donderdag 24 April 1533 een zoon geboren werd, die naar zijn vader Wilhelm werd genoemd. De vader teekende nauwkeurig op, dat de geboorte tegen 3 uur in den morgen gebeurd was.

Zondag 4 Mei werd het kind in de Dillenburger slotkapel gedoopt volgens een door graaf Wilhelm zeiven zorgvuldig opgemaakt program, dat ten deele naar den ouden katholieken ritus was ingericht, met mis, exorcismus en doopgetuigen. Een aanzienlijke schaar van familieleden en vrienden, onder wie verscheidene overtuigde Protestanten, was bij de plechtigheid en het daarop volgende doopfeest tegenwoordig tot luisterrijke viering der geboorte van graaf Wilhelm's oudsten zoon.

Het kind groeide op onder de uitnemende zorgen der vrome en verstandige moeder, die volgens een op haar gemaakt lofdicht „weit und breit" bekend stond als de voortreffelijke leidster van het steeds aangroeiende gezin op het hooge slot, dat door graaf Wilhelm aanzienlijk vergroot en versterkt was. Zij richtte er een hofschool in, waar graaf Wilhelm's dochter uit het eerste huwelijk, Magdalena, met Juliana's vier kinderen uit haar Hanausch huwelijk, hare acht latere kinderen uit het tweede en een aantal uit de naburige grafelijke en adellijke geslachten onderwijs hebben genoten: Hanau's, Nassau's, Schauenburgen, Isenburgen, Solmsen, Schwarzburgen, Stolbergen, alles dooreen in vroolijke drukte.

Het moet een aardige huiselijke kring geweest zijn op het oude hooggelegen slot te midden der fraaie, boschrijke, landelijke streek, welks bevolking bekend stond door zekere eenvoudige ruwheid, van waar zij den bijnaam „grobe Westerwöller" droegen. De uitgestrekte gebouwen van het door sterke muren en veilige kelders uitmuntende kasteel konden in dezen tijd desnoods 400 personen herbergen en gaven dikwijls aan veel meer een wijkplaats. De voortreffelijke waterputten, die door waterleidingen uit de naburige bergen en door het van de daken opgevangen regenwater werden gevoed; de ruime, door houten staketsels omgeven veeweiden; de wildrijke bosschen en

Sluiten